Vervolg op deel 3
Juist, waar waren we gebleven. Oh ja, de de offerande. Het koor zingt terwijl de priester het altaar gereed maakt voor de viering van de Eucharistie. Uiteraard hoort er ook een collecte bij, die als onze gaven dienen naast de gaven van brood en wijn. In ieder geval, dat is zo in de Novus Ordo Missae – ik weet nog te weinig van de Tridentijnse Mis om met zekerheid te kunnen stellen dat dat hier ook zo is. Wat de priester allemaal zegt hoor ik niet, maar ik kan het nalezen in het boekje. Ja, maar dan weet je toch niet wat er gebeurt, is dan wat ik wel eens hoor van mensen. Maar eigenlijk is het heel simpel: ik probeer van te voren een beetje door te nemen wat er gebeurt, en kan prima volgen aan de hand van de gebaren waar we zo ongeveer zijn. Het altaar wordt bewierookt, met de woorden: “op de voorspraak van de heilige aartsengel Michael, die staat aan de rechterzijde naast het reukaltaar, en van alle uitverkorenen, gewaardige zich de Heer deze wierook te zegenen en als een aangename geur te aanvaarden. Door Christus onze Heer. Moge deze wierook, door U gezegend, tot U opstijgen, Heer, en uw barmhartigheid neerdalen over ons.” Als ik dit bij het typen weer zo lees, doet dat me denken aan het boek Exodus dat ik nu aan het lezen ben, waar ook reukoffers gebracht worden, waar de eredienst ook al uit zoveel symboliek en gebeden bestond. Daarna wast de priester zijn handen: Lavabo inter innocentes Manus meas – in onschuld wil ik mijn handen wassen. En zo kan de priester, met het altaar in gereedheid en zo zuiver mogelijk de eredienst voortzettend, komend bij het heiligste deel van de Mis.
Voordat we gaan staan smeken we nog een keer dat de Heer het offer aan mag nemen. Dan zingt de priester de prefatie – iets wat maar weinig priester in de novus ordo doen, terwijl het zo mooi is. Soepeltjes gaat de lof op God over in het Sanctus, waarbij wij neerknielen en doorzingen, terwijl de priester verder gaat met het canon van de Mis .
Als we uitgezongen zijn, is er stilte…. Geen priester die hardop aan het bidden is met zijn rug naar het Tabernakel, geen geërger aan de intonatie van de priester. Gewoon stilte, een kostbaar goed.
Ik word meegevoerd in prachtig ritueel, in een heilige omgeving. Ik zie de priester buigen terwijl hij de consecratiewoorden uitspreekt, rechtstreeks komend uit de testamenten. Hoc est enim Corpus meum. Hij heft de hostie op, en wij mogen Christus aanschouwen, daadwerkelijk aanwezig in het brood. Net als Thomas kan ik niet veel meer zeggen dan: Mijn Heer en mijn God, terwijl ik een kruisje sla. Vervolgens neemt de priester de kelk met wijn en spreekt ook daar de consecratiewoorden over uit. Hic est enim Calix Sanguinis mei, novi et aeterni testamenti: mysterium fidei: qui pro Vobis et pro multis effundetur in remissionem peccatorum. Ook deze kelk wordt omhoog gehouden zodat de gelovigen het Bloed van Christus kunnen aanbidden.
De priester gaat verder met de gebeden, voor levenden, voor overledenen. Ondertussen is op de achtergrond het orgel te horen, waardoor des te meer opvalt wat voor heilige stilte er het moment daarvoor was. Het orgel is verre van storend, en zorgt voor een mooie sfeer. De priester sluit af met de woorden: Door Hem en met Hem en in Hem worde U, God almachtige vader, in de eenheid van de Heilige Geest, alle eer en lof gebracht.
Wordt gevolgd door deel 5, waar we verder gaan met het bidden van het Onze Vader en Onze Heer mogen ontvangen.


