Gisteravond ben ik teruggekomen van twee dagen met mijn oma en nichtjes. Twee dagen waarin we verbleven in een luxe hotel: all-inclusive, met onder andere subtropisch zwemparadijs en bowling baan. Menigeen zal nu het water in de mond lopen: wat een luxe, verwennerij, heerlijk. Dat wil ik ook. Of zo in ieder geval de reacties van mijn broers.
Toch was het mooiste van deze dagen het samenzijn met m’n oma en nichtjes. De rest was allemaal te, een gigantische overdaad. Moet daar mijn levensgeluk vandaan komen? Moet dit mij blij maken en vervullen van vreugde?
Nee. Ondanks dat ik nog ontzettend gehecht ben aan aardse en materiële zaken (dat zal ik maar niet ontkennen), merk ik dat mijn échte vreugde komt van God. En daarvandaan het samenzijn met andere van zijn kinderen. Te doen wat zijn wil is, genieten van het leven, dat immers het geschenk is van Hem. Maar daarin doorslaan door ons geluk te zoeken bij allerlei aardse zaken als een nog luxere auto, de hele dag door jezelf vol kunnen proppen, nooit genoeg hebben, dat lijkt mij niet de bedoeling. Juist door los te komen van die aardse dingen, kan je je focussen op het ware gelukt, dat veel langer duurt en veel dieper gaat. Zijn liefde is zoveel meer dan een lekkere donut je kan geven.


