Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for november, 2009

Vervolg op deel 2: adolescentie ofzo.

Dit alles heeft echter niet een vuur doen aanwakkeren. Ja, de katholieke kerk was me dierbaar, ik was er thuis, maar hoe en wat, en waarom, dat had je me toen niet moeten vragen. Eigenlijk een beetje als een liefde voor iemand: je vindt die ander mooi en leuk, en voelt je aangetrokken tot die ander, maar waarom, daar heb je lang niet altijd een idee van.

Tot Palmzondag 2007. Het bisdom Groningen Leeuwarden organiseerde een Palmzondagweekend voor de jongeren. Inmiddels was er zoals in de vorige twee stukken te lezen toch iets van een vlammetje aan het wakkeren, een nieuwsgierigheid die tot dan toe eigenlijk behoorlijk weggestopt was en aan het dringen was om naar buiten te komen. Ik besloot om me op te geven, niet wetend wat mij te wachten stond.

Het bleek een prachtige ervaring te zijn: samen eten met andere katholieke jongeren, samen bidden, een uitleg over een Bijbeltekst door de jongerenwerker…dit alles kende ik niet. Als nieuweling werd ik met open armen ontvangen, werd ik opgenomen in de groep, als een zuster zou je kunnen zeggen. Alleen dit al heeft een diepe indruk achter gelaten.
Maar dit was slechts bijzaak bij de andere ervaring: Eucharistische Aanbidding en Biecht. Twee dingen die mij totaal onbekend waren. Ok, de Biecht niet echt, maar die kende ik alleen van de verhalen van mijn ouders en oma, en dan vooral in negatieve zin. Of ik toen ook al het besef had dat Christus daadwerkelijk aanwezig was in de Hostie weet ik niet, maar dat ik die Aanbidding als bijzonder ervaren heb dat weet ik nog wel. Momenten van stilte, afgewisseld met een aantal liederen, een manier van Aanbidding die mij tot op de dag van vandaag nog steeds raakt.

En ja, toen zat ik daar, in de bank. Er was van te voren een inleidend praatje over de Biecht gehouden, en ik zag dat de een na de ander ging biechten. En ik wist het niet, ik wist niet wat ik moest doen. Want ja, wat moest ik zeggen, hoe wist ik wat ik fout had gedaan, en zou ik het wel durven, wat zou de priester wel niet van me denken. Toch ben ik op een of andere manier uit de bank gestapt en ben ik voor het eerste in m’n leven – ik was toen negentien – gaan biechten.

En het was fijn. Ok, het ging behoorlijk hakkelend allemaal, en zo terugkijkend heb ik toen ook een heleboel vergeten te zeggen. Maar het was een begin, een eerste keer. Het voelde alsof ik begonnen was met een opruiming, een opruiming die nog wel even tijd nodig zou hebben.

Thuis gekomen van dit weekend zat ik vol gedachten en emoties van deze bijzondere ervaringen. Het vlammetje was duidelijk aangewakkerd en voorlopig nog niet van plan om uit te doven.

Wordt vervolgd door deel 4: de basics herontdekken

Advertenties

Read Full Post »

Vervolg op deel 1: kinderjaartjes

Zo ging het een aantal jaren door: regelmatig bidden, een keertje per maand naar de kerk, catechese tot aan mijn Vormsel, maar praten over God, praten over wat het geloof kan betekenen, nee, dat was niet echt iets wat een deel van mijn dagelijks leven was.

Ja, op een of andere manier was ik soms toch trots om katholiek te zijn, wanneer er bijvoorbeeld een katholiek feest was of toen we met school in Rome kerken gingen bezoeken. Maar natuurlijk niet wanneer het ging over de leer van de kerk. Niet dat ik daar toen nou zo bekend mee was, maar wanneer zulke dingen ter sprake kwamen dan was ik daar natuurlijk niet voor, ik had toch immers m’n eigen verstand, en ik was toch ook echt gewoon normaal. Een houding waar ik toen eigenlijk prima mee kon leven, een houding die was zoals de houding van de mensen om me heen.

Een half jaar na mijn Vormsel overleed mijn opa, na een ziektebed van twee/drie weken. Hij was een erg gelovig man als ik mijn ouders mag geloven, maar wel met vele keerzijden daarbij. Op een of andere manier voelde ik daarna de drang opkomen om iets voor de kerk te gaan doen. Dat wilde ik eigenlijk al langere tijd, maar het was er nooit echt van gekomen. Maar toen mijn opa overleed besefte ik dat ik niet steeds dingen uit kon stellen. En zo ben ik lectrice geworden. Als kind had ik al vaker lezingen gedaan in de kerk: bij gezinsvieringen (al hadden we er daar niet echt veel van), na de kinderwoorddienst wanneer we op de ster voor het altaar ons verhaal mochten vertellen en eigenlijk altijd een gebedje deden, en bij mijn Vormsel. De lezing bij dat laatste was – terugkijkend – eigenlijk een best toepasselijke tekst: over de kerk als lichaam met haar vele ledematen.
Anyway, ik werd dus lectrice, wat inhield dat ik eens in de maand/twee maanden diende tijdens de Mis, waarbij ik de eerste en tweede lezing en de voorbeden deed, de Hosties uit het Tabernakel haalde en Communie uitreikte. Een taak die ik met veel plezier deed, al had ik de eerste paar jaren niet het besef van de Eucharistie wat ik nu heb. Me eerbiedig gedragen in de Mis was iets wat voor mij toch wel vanzelfsprekend was, ik hield er niet van wanneer mensen zich luidruchtig en zonder respect voor de plek waar ze waren gedroegen.

Dit alles heeft echter niet een vuur doen aanwakkeren. Ja, de katholieke kerk was me dierbaar, ik was er thuis, maar hoe en wat, en waarom, dat had je me toen niet moeten vragen. Eigenlijk een beetje als een liefde voor iemand: je vindt die ander mooi en leuk, en voelt je aangetrokken tot die ander, maar waarom, daar heb je lang niet altijd een idee van.

Wordt vervolgd door deel 3: Palmzondagweekend 2007

Read Full Post »

Kattekliek heeft haar vijfdelige verhaal over haar terugkomen tot het katholieke geloof online gezet. Onder andere op haar verzoek hierbij mijn verhaal, die waarschijnlijk niet zo spectaculair zal zijn als die van haar of als sommige andere getuigenissen, en mogelijk iets langdradiger. Maar toch, elk getuigenis is er een toch?

Voor de helderheid begin ik zelf bij m’n jeugdjaren. Een priester heeft me ooit gezegd: schrijf eens je levensverhaal op, en zie dan waar God in je leven aan het werk is geweest. En dat doe ik dus maar, sort of.
Iets meer dan een maandje na m’n geboorte werd ik gedoopt, op m’n zevende Eerste Heilige Communie gedaan en op m’n vijftiende het Heilig Vormsel ontvangen. Mijn ouders hebben allebei een katholieke opvoeding gehad – zeg maar gerust dat ik in een katholieke familie geboren ben – en hebben hun kinderen daar ook en ander van mee proberen te geven. Voor het eten werd er altijd gezamenlijk gebeden, evenals voor het slapen gaan. Ik weet nog wel hoe ik op een avond vrij boos ben geworden op m’n moeder omdat ze dacht dat ik al sliep en me dus niet geroepen had om te gaan bidden samen met m’n broertjes.

M’n moeder (ik meende m’n vader ook een tijdje) was een van de ouders die eens in de zoveel tijd de kinderwoorddienst verzorgde. Zodoende zat ik in ieder geval op die zondagen in de kerk, maar veel van de overige weekenden eigenlijk ook wel. Wat ik er, naast de kinderverhalen, allemaal daadwerkelijk van meegekregen heb toen weet ik niet, maar de kerk is eigenlijk altijd een plaats geweest waar ik toch iets van thuis was. In de loop van de jaren werd het kerkbezoek voor mij echter wel wat minder, gezien de judotoernooien die ik wel eens op zondag had, maar ook door speciale trainingen op de zondag (eerst 1 keer per 3 weken, later 2 keer per 3 weken) van twaalf tot twee uur. Na m’n Eerste Communie heb ik tot het einde van de basisschool kindercatechese gevolgd, waar ik eigenlijk bijna alleen maar goede herinneringen aan heb. Hoe leuk ik het vond om samen met een aantal meiden vooraan bij de piano te staan en de middag met een lied uit de rooie bundel (gezangen voor liturgie) te beginnen terwijl pastoor het begeleidde op de piano, om daarna in kleinere groepjes uiteen te gaan om je te verdiepen in een aantal verhalen. Als ik het me goed herinner was er per groep ook een gebedenboekje, dat elke keer aan iemand anders van het groepje meegegeven werd, die dan een gebedje er in moest schrijven wat de keer daarop gebeden werd. Een mooi gebruik vind ik zelf. Elk jaar op Tweede Kerstdag was er een gezinsviering, waarbij het kerstverhaal uitgebeeld werd middels een toneelstuk. Mijn mooiste rol was toch wel die van Maria, waarbij ik een echte baby vast mocht houden, die natuurlijk Kindeke Jezus voor moest stellen.

Mijn ouders hadden mij op een katholieke basisschool geplaatst, wat naar mijn idee het katholieke best weg zou mogen halen, op veel punten in ieder geval. Katholiek onderwijs? Nee, het katholieke bestond eigenlijk alleen uit het een keer per jaar met de hele school naar de Kerk gaan voor een openingsviering, tijdens de Advent elke dag een kaarsje en een gebedje en natuurlijk een kerstspel. Maar verder? Van de paar dingen die ik me herinner uit die tijd was ik een van de weinigen die iets van de Bijbel wist, soms zelfs meer dan de leerkrachten, en werd ik daarnaast gepest onder andere omdat ik katholiek was. Daar snap ik tot op heden nog steeds geen snars van.

Wordt vervolgd door deel 2: adolescentie, ofzo

Read Full Post »

Omdat ik merk dat een aantal protestantse vrienden van me (en mogelijk ook andere mensen die het zich afvragen, maar geen reactie achterlaten) niet goed snappen wat ik bedoel met Aanbidding, Eucharistie, Communie en alles wat daar mee te maken heeft, ga ik proberen dit een beetje uit te leggen. Let wel, ik ben maar een leek, dus lieve katholieke lezers, wees niet te hard voor me als ik niet geheel de juiste woorden gebruik (maar me vriendelijk corrigeren mag natuurlijk).

Allereerst is de God van de protestanten ook de God van de katholieken. Punt. We zijn allemaal Christenen, en geloven dus dat Christus de Zoon van God is die voor onze zonden is gestorven, opdat wij eeuwig zouden kunnen leven. Iedereen kan op elk moment dat hij wil, of het nou thuis is, op de fiets, op school, op het werk, in de kerk of waar dan ook met God in contact komen, tegen Hem praten, hem gedag zeggen. God is altijd aanwezig, het meeste nog in je eigen hart.

Wie echter wel eens in een katholieke kerk is geweest, zal daar ongetwijfeld het priesterkoor hebben gezien. Het middelpunt daarvan is het Tabernakel (in ieder geval, wanneer je niet net helaas een kerk hebt getroffen waar ze het Tabernakel aan de zijkant geplaatst hebben). Bij het Tabernakel in de buurt brandt ook vaak een lichtje. Euhm ja, zal je nu misschien zeggen, en wat is daar zo speciaal aan? Het speciale is, dat Onze Lieve Heer daar aanwezig is, letterlijk, tastbaar. En het lichtje zegt aan de mensen dat Hij, Christus, ons Licht, daar daadwerkelijk aanwezig is.

Maar hoe kan dat dan wanneer hij altijd en overal aanwezig is? Hoe kan hij dan ergens tastbaar aanwezig zijn? Tijdens de Mis, tijdens het Eucharistisch gebed, tijdens de Consecratie zoals dat genoemd wordt, wanneer de priester namens Christus spreekt (waar hij voor gewijd is), verandert door de uitstorting van de Heilige Geest het brood en de wijn die op het altaar liggen, in het Lichaam en Bloed van Christus (transsubstantiatie, kan je mooi op googlen ;)). Het is niet louter symbolisch (hoe diepgaand ook), het is niet louter dat je Christus binnenkrijgt naast het brood dat je ontvangt, je ontvangt bij de Communie echt Christus zelf. Daarom zijn er ook vele mensen die neerknielen bij het ontvangen van de Communie: tegenover God ben je toch zo klein, voor God kniel je neer omdat hij zoveel groter is dan wij. Dat op de tong ontvangen geeft er eigenlijk nog een extra dimensie aan: wij laten ons voeden door Christus, als een kind. Wij zijn afhankelijk van Hem. Het is – in mijn ogen – in een teken van nederigheid om én neer te knielen én op de tong te ontvangen (wat overigens niet wil zeggen dat het van geen eerbied getuigt als je het niet doet).

De Hosties die over zijn na de Mis worden zorgvuldig bewaard: elke Hostie is immers Christus, elk deeltje van de Hostie is Christus, en Christus gooi je natuurlijk niet weg. Daarom wordt Hij zorgvuldig opgeborgen in het Tabernakel. Iemand die dus besef heeft van wat het Tabernakel betekent, Wie er in zit, iemand die enig besef heeft van de Eucharistie, zal dus knielen of buigen als hij langs het Tabernakel loopt, omdat je anders zonder er aandacht aan te schenken voorbij God loopt.

Wat hieruit voortgekomen is, uit eerbied voor de Eucharistie, voor het Allerheiligst Altaarsacrament zoals het ook wel genoemd wordt, uit eerbied dus voor Christus, is de Aanbidding. Een geconsacreerde Hostie (Lichaam van Christus dus), wordt in een monstrans geplaatst (een speciale houder zeg maar), zodat eenieder Christus kan zien, en Hem kan aanbidden. Zoals gezegd, dat kan ook gewoon, daar heb je op zich geen kerk voor nodig. Maar Christus is op deze manier echt ontzettend dichtbij, speciaal aanwezig. En dat heb ik ook meermalen mogen ervaren. Als ik in de Kerk zit, of Onze Lieve Heer nou uitgesteld is (dat is met de monstrans) of niet (in het Tabernakel zit), voel ik rust, omdat ik weet dat Hij er is, zo ontzettend dichtbij. Alsof ik een vriend naast me heb zitten, alsof ik recht tegenover Onze Heer zit. En bij het ontvangen van de Communie word ik even één met Christus, wat me nog steeds geregeld rillingen bezorgd, wat mijn hart nog steeds sneller doet kloppen.

Ik besef dat voor veel protestanten, en vast ook voor anders-gelovigen, dit vreemd klinkt, ongelooflijk eigenlijk. In de Heidelbergse Catechismus wordt het zelfs als vervloekte afgoderij bestempelt (wat ik vanuit dat oogpunt gezien best kan begrijpen, al ben ik het er dus duidelijk niet mee eens). Ik weet gewoon dat het Christus is, ik geloof gewoon dat dit is wat de Bijbel zegt zoals het is, ik weet dat de eerste Christenen dit zo opvatten, en ik geloof met heel mijn hart en met het grootste gedeelte van mijn verstand dat Christus daadwerkelijk aanwezig is onder de gedaante van brood en wijn. En dat is een prachtig en wonderbaarlijk geschenk.

(Hier zitten nog veel meer aspecten aan verbonden, maar ik denk dat dit een redelijke basis is).

Read Full Post »