Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for januari, 2012

Piekerend over de kleinste dingen: van wat ik moet kiezen van de menukaart bij de pizzeria, tot hoe ik het logistiek precies ga doen met het doorrijden na werktijd naar een etentje dat pas over een paar weken plaatsvindt, van het matchen van de juiste haaraccessoires met mijn kleding, tot of er wel genoeg eten is voor mijn vriend en mij terwijl ik voor ruim drie personen klaargemaakt heb. Soms zo erg dat ik regelrecht in paniek kan schieten en totaal niet meer weet wat ik moet doen. Mijn vriend in zijn wijsheid heeft me toen aangeraden het boek Prediker eens te lezen, wat ik ook braaf gedaan heb.

In eerste instantie vond ik het boek maar wat pessimistisch. Verzen als: “Maar toen nam ik alles wat ik ondernomen had nog eens in ogenschouw, alles wat mijn moeizaam gezwoeg me opgeleverd had, en ik zag in dat het allemaal maar lucht en najagen van wind was. Het had geen enkel nut onder de zon.” maakte dat ik even achter m’n oren krabde. Dit zou me moeten helpen wat minder te piekeren over kleine onnodige dingen? Hier zou ik alleen maar somberder van worden.

Tijdens het lezen merkte ik echter dat het meer relativerend dan pessimistisch werd. Ik kon het bekijken als iets sombers dat we uiteindelijk toch allemaal dood gaan, maar ik kon het ook zien als een vermaning iets van het leven te maken en er van te genieten (“Ik heb vastgesteld dat voor de mens niets goeds is weggelegd, behalve vrolijk te zijn en van het leven te genieten. Want wanneer hij zich aan eten en drinken te goed doet en geniet van al het goede dat hij moeizaam heeft verworven, is dat een geschenk van God.”). Dat het leven een geschenk van God is, ondanks zijn luttele jaren, en dat daarvan genieten niet een verspilling van tijd en mogelijkheden is, maar juist zoals God het bedoeld heeft en ja, zelfs een eer aan God (“Dus eet je brood met vreugde, drink met een vrolijk hart je wijn. God ziet alles wat je doet allang met welbehagen aan. […] Het bestaan is leeg en vluchtig en je zwoegt en zwoegt onder de zon, dus geniet op elke dag. Het is het loon dat God je heeft gegeven.”).

Maar als Prediker dan zo duidelijk aanspoort om te genieten van het leven, waar liggen dan de grenzen? Betekent dit dat we niet meer hard hoeven te werken, te streven naar het vergaren van kennis, te zorgen voor onze naasten? Betekent dit dat we gewoon kunnen doen wat we willen, ons bekommerend om God noch gebod? Pas aan het einde van Prediker vond ik mijn antwoord daarop, of eigenlijk meer het begin van een antwoord: “En tot slot, mijn zoon, nog deze waarschuwing: er komt geen einde aan het aantal boeken dat geschreven wordt, en veel lezen mat het lichaam af. Alles wat je hebt gehoord komt hierop neer: heb ontzag voor God en leef zijn geboden na. Dat geldt voor ieder mens, want God oordeelt over elke daad, ook over de verborgen daden, zowel over de goede als de slechte.”

Woorden die een voorbode lijken op het Evangelie, onder andere in de bergrede. Woorden die vooruitlopen op een leven na de dood, waar men in de tijd van Prediker meende ik nog niet in geloofde. Immers, in Christus hebben wij eeuwig leven. Maar eenieder zal geoordeeld worden, en daarmee is wat wij doen met dit leven op aarde niet nutteloos, maar wel degelijk van belang. Niet alleen voor het leven na de dood, maar ook voor het Koninkrijk van God op aarde. Zodoende zag ik in het boek niet zozeer een pessimistische boodschap, maar eerder een relativerende: ja, we hebben een beperkte levensspanne en dood gaan we uiteindelijk allemaal. Maar de dood is niet het einde en het leven is een geschenk, hoe zwaar en onrechtvaardig soms ook. Daarom is het de kunst om zowel iets goeds te doen met dit leven, als om er van te genieten. Die balans komt voor mij heel mooi tot uiting in een van de eerste hoofdstukken van Prediker:

Voor alles wat gebeurt is er een uur,
een tijd voor alles wat er is onder de hemel.
Er is een tijd om te baren
en een tijd om te sterven,
een tijd om te planten
en een tijd om te rooien.
Er is een tijd om te doden
en een tijd om te helen,
een tijd om af te breken
en een tijd om op te bouwen.
Er is een tijd om te huilen
en een tijd om te lachen,
een tijd om te rouwen
en een tijd om te dansen.
Er is een tijd om te ontvlammen
en een tijd om te verkillen,
een tijd om te omhelzen
en een tijd om af te weren.
Er is een tijd om te zoeken
en een tijd om te verliezen,
een tijd om te bewaren
en een tijd om weg te gooien.
Er is een tijd om te scheuren
en een tijd om te herstellen,
een tijd om te zwijgen
en een tijd om te spreken.
Er is een tijd om lief te hebben
en een tijd om te haten.
Er is een tijd voor oorlog
en er is een tijd voor vrede.

Read Full Post »

Zondag oh zondag, waar ben je toch gebleven. Een zucht van verlangen gaat sinds ik mijn huidige baan heb geregeld op. Zondag, heilige dag, rustpunt van de week, en die ben ik in bijna de helft van de gevallen kwijt. Hoe heerlijk is het dan om eindelijk eens echt lekker rustig zondag te kunnen vieren. En eigenlijk zijn mijn vriend en ik dan ontzettend burgerlijk, maar wie daar problemen mee heeft, heeft gewoon lekker pech.

Idealiter zou ik de avond ervoor al bezig zijn met het maken van een soepje voor de lunch. Helaas lukt dat nog niet echt om twee redenen. Niet alleen heb ik er dan vaak geen zin in (ja sorry, ik ben soms een ontzettend luie donder), maar ook weet ik nog een beetje weinig soepen klaar te maken. Lang leve de soep uit pak of blik. Mijn groentesoep gaat er gelukkig vaak goed in bij m’n vriend, en omdat die het lekkerste is al het al een aantal uren getrokken heeft, moet die uiterlijk vóór de Mis gemaakt worden. Smullen bij de lunch gegarandeerd.

Mocht in dan toch de soep de avond van tevoren gemaakt hebben, of voor het makkelijke alternatief gaan, dan is de zondagochtend een heerlijk moment om net even iets langer in bed te blijven liggen dan normaal. Het vasten voor de Mis wordt dan ook een stuk makkelijker, vooral aangezien ik het vasten van één uur voor de communie vrij weinig vindt maak ik er vaak minimaal drie uur van, maar het liefst gewoon vanaf middernacht. Lekker ouderwets, maar wel mooi (ware het niet dat mijn maag me het na de Mis vaak niet in dank afneemt). Hoewel ik het liefste naar de latijnse Mis zou gaan, wordt het over het algemeen toch de 11-uurs Hoogmis (met als mogelijke uitzonder de gezinsmis). Samen met m’n vriend naar de kerk gaan heeft toch nog steeds iets bijzonders.

Meestal gaan we na de Mis bij mij thuis eten. Nou ja, thuis, ik zit nog steeds in mijn studentenkamer. Lekker broodjes in de oven, thee zetten, sapje er bij, en de soep natuurlijk. Beetje variatie qua beleg, soort soep en eten en het blijft toch elke zondag weer heerlijk om te doen. Vind het er eigenlijk wel een beetje bij horen, genieten van een maaltijd waar tijd en liefde in gestoken is, is voor mij ook iets van een eerbetoon aan God.

De middagen en avond zijn vrij wisselend, en toch ook weer niet. Het enige over het algemeen vaste is onze dansles (ja, het staat vrij hier commentaar op te leveren). Of het nou een filmpje, middagdutje, bord- of kaartspel of proberen de Was-Gij puzzel van 1000 stukjes op te lossen is, we komen over het algemeen de dag wel door. Ik kijk wel uit naar de zomer, neem je toch wat sneller de fiets voor een stukje fietsen of voor een wandeling. Het enige nadeel van de dansles is dat het avondeten vaak laat op de tafel staat, tenzij ik eens wel slim ben op zondag en de middag gebruik om het avondeten – waar ik op zondag toch graag net iets meer aandacht aan besteed – alvast voor te bereiden.

Oh, hoe erg kijk ik uit naar mei van dit jaar, waarin ik ga beginnen met m’n opleiding met relatief weinig diensten en dus ook meer zondagen vrij.

Read Full Post »

…of in dit geval gewoon het verhaal van een jonge katholieke vrouw die de stad in ging op zoek naar een fatsoenlijke leuke rok. Mannen, dit stukje betreft shoppen,kleding, schoenen, accessoires en dat soort vrouwelijke zaken. Bij deze zijn jullie dus gewaarschuwd.

Goed, ik had dus besloten op een vrije dag (ja, die bestaan nog, en dat zelfs voorafgaand aan een daadwerkelijk weekend) weer eens naar de stad te gaan om te zien of er nog leuke rokken zijn. In tegenstelling tot wat ik normaal gesproken doe had ik de avond ervoor even gekeken wat op sites van winkels wat ze zoals hadden. Nou, dat leek op zich nog wel enigszins positief. Alsin: er zaten daadwerkelijk wat rokken bij die voldoen aan mijn criteria (minimaal tot de knie, lekker zitten én toch een beetje leuk), en dat zijn er toch wel wat als je bekijkt wat er tegenwoordig zoal in de winkels hangt (kort, korter, kortst, oerlelijk en totaal niet comfortabel).

Het weer was gelukkig wat beter dan de dagen ervoor, en dus kon ik lekker op de fiets naar de stad. Eerste paar winkels waren geen succes. Gelukkig heeft de mooie noordelijke stad een keur aan kledingwinkels en kon ik toch vrij snel een winkel verlaten met een rokje waar ik helemaal blij mee ben: speels en toch ook netjes, en prima tot de knie. Toen diende het volgende probleem zich aan: ik heb weinig leuks om er bij aan te doen. Gelukkig ben ik een vrouw, dus zulke problemen los ik graag op. Mijn bankrekening was er iets minder blij mee, maar een paar winkels later liep ik blij winkel nummer zoveel uit met onder andere een leuke zwarte blazer (zwart combineert zo lekker, én het past perfect bij het eerder gekochte rokje) en twee leuke truitjes waar ik al tijden naar zocht.

Eigenlijk zouden er ook nog kettingen, oorbellen en sjaaltjes bij moeten. Niet te overdreven, maar het maakt het wel af, en de sjaaltjes zijn handig als je toch iets van decolleté zichtbaar hebt bij truitjes en shirtjes. Het geluk wil dat ik de afgelopen maanden mijn sieradencollectie thuis wat uitgebreid heb. En had ik een half jaar geleden welgeteld twee sjaals in huis, inmiddels is dat aantal verdrievoudigd. Het laatste wat nog gehaald moet worden zijn wat extra panty’s, dik en dun (tot bijna maillot). Want een rok zonder iets er onder is niet alleen erg fris, maar staat vaak ook nog eens niet. In ieder geval, niet als je mijn vlekkerige zelden in de zon komende benen hebt. Nu alleen nog op zoek naar nog een of twee paar nieuwe schoenen…

Read Full Post »

Na zes jaar studeren ben ik inmiddels een aantal maanden afgestudeerd en aan het werk als basisarts, op het moment nog niet in opleiding tot specialist. Zes jaar om de basis van het vak een beetje te leren kennen: van celbiologie tot pathofysiologie van verscheidene aandoeningen (het ontstaan en mechanisme van ziekte) , van psychologie tot het leren doen van onderzoek en beoordelen van artikelen. Na zes jaar heb je aardig wat geleerd, en kan je als het goed is de basiszorg te kunnen uitoefenen. Centraal in dit alles staat de patiënt. Niet alleen hebben we zonder patiënten geen werk, maar iedere patiënt is anders, en iedere patiënt en klachten die diegene heeft moeten als uniek gezien en behandeld worden.

Zodra je echter de eerste stappen als arts gezet heb, kom je er achter dat alles wat je geleerd hebt daadwerkelijk “slechts” een basis is. Je weet van veel dingen een beetje, en bent blij dat er specialisten zijn (en huisartsen, bedrijfsartsen en alle andere specialisaties versta ik hier ook onder). Iedere basisarts gaat vroeg of laat specialiseren, en dat is maar goed ook. Want het menselijk lichaam is zo delicaat, zo bijzonder en ingewikkeld opgebouwd, en de pathofysiologie en behandeling van ziekte is divers en zodanig op de patiënt ingespeeld en tevens in blijvende ontwikkeling, dat de jaren specialisatie een minimale vereiste zijn om hier goed mee om te gaan.

Dat er vervolgens zorgverzekeraars en ministers zijn die mensen zonder medische opleiding op de stoel van de arts gaan zitten en uitmaken wat wel en geen goede behandeling is, is voor mij dan ook onbegrijpelijk. Controle op excessen in de zorg? Prima wat mij betreft. Maar daar is tegenwoordig geen sprake meer van. Artsen bepalen steeds minder hoeveel tijd ze aan een patiënt mogen besteden, wat ze wel en niet voor mogen schrijven, en zelfs of ze een patiënt wel of niet doorverwijzen of dat nou medisch noodzakelijk is of niet. Dat lijkt voor een steeds groter deel bepaald te worden door mensen die menselijke gezondheid, menselijke waardigheid en geluk uitdrukken in geld. Alle reclamespotjes ten spijt waarin ze zeggen dat dát het hen echt om de patiënt gaat en niet om het geld. Sorry beste verzekeraars en politici, maar zorg is meer dan geld.

Read Full Post »