Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘christelijk’ Category

Vele werkers zijn er in de wijngaard, sommigen vanaf het eerste uur, anderen van het derde, zesde, negende en sommigen zelfs pas vanaf het elfde uur. En allemaal kregen ze hetzelfde loon aan het einde van de dag. Zo hebben we afgelopen zondag gehoord in het evangelie (Matt. 20, 1-16a).

Naar menselijke gevoelens en gebruiken niet geheel terecht, zouden we zeggen. Want loon moet je krijgen naar de hoeveelheid arbeid die je verricht hebt, toch? God werkt echter anders. Alle werkers in Zijn Wijngaard krijgen aan het einde van de rit hetzelfde loon, namelijk eeuwig leven bij Hem in de hemel. Er is niet een beetje hemel of veel hemel, nee, er is gewoon de hemel. Punt. En eenieder die in Hem gelooft kan dat eeuwige leven bij Hem in de Hemel bereiken (Joh. 3, 16). Er wordt in de Bijbel geen voorwaarde gesteld aan hoe lang je in Zijn Wijngaard gewerkt hebt, alleen dát je het gedaan hebt, en als het goed is met geheel je hart, ziel en verstand (Marc. 12, 28b-30).

Moeten we dan maar gewoon lekker het grootste deel van ons leven ons niks aantrekken van Hem, en als ons einde nadert nog even snel ons tot God keren zodat we tóch dat loon ontvangen? Nah, niet verstandig. Niet alleen omdat niemand weet wanneer de dood komt en je dus ineens te laat kunt zijn, maar veel meer nog omdat werken in de Wijngaard van de Heer op dat moment al een beloning is.

Voor sommigen klinkt dit gek, want christen zijn is lang niet altijd makkelijk. Er wordt zelfs gevraagd ons kruis op ons te nemen (Luc. 9, 23) en indien nodig ook te lijden omwille van Christus. En toch is het zo, al zien we het soms niet. Als voorbeeld vind ik hier de parabel van de Verloren Zoon (Luc. 15, 11-32) erg mooi. De jongste zoon denkt dat hij ergens anders dan bij zijn vader het veel beter zal hebben, dat het bij zijn vader maar niks is. Hij eist zijn erfenis op en maakt die op aan allerlei zaken waar zijn vader het ongetwijfeld niet mee eens zal zijn geweest. Maar dan beseft hij dat het bij zijn vader toch wel erg goed is en komt weer terug. Hij heeft op een harde wijze mogen leren dat het bij zijn vader toch wel erg goed is. De oudste zoon echter had meer moeite die les te leren. Hij ging er niet vandoor, hij bleef zijn vader trouw. Maar hij besefte niet wat hij had. En wat hij had, dat was alles wat zijn vader ook had. Het was al die tijd van hem: het lekkere eten, het huis, het land, de liefde van zijn vader.

Zo is het ook met ons. Wij, de werkers van het eerste, derde, zesde en misschien wel negende uur, delen nu al in de onmetelijke rijkdom van God, al is het nog niet volledig. Maar we mogen nu al Zijn liefde ervaren en weten dat we eens bij Hem mogen zijn. We mogen nu al bij Hem komen als we moe zijn of onder lasten gebukt. We hoeven niet bang te zijn, want Hij is altijd bij ons. De werkers echter van het elfde uur hebben de hele dag al geen hoop op werk, en toch komt, gelukkig, uiteindelijk de verlossing nog. Ze kunnen zichzelf en hun gezin toch nog voeden, voorzien van wat nodig is. Maar die hele dag hebben ze getwijfeld, geen troost gehad, angst gekend. Zo is het ook met allen die God nog niet kennen. Ze mogen dan misschien wel een mooi en rustig leven lijken te hebben, maar de diepe vreugde en geluk van het bij God zijn, dat is er nog niet. Ze hebben (nog) geen hoop en uitzicht op eeuwig leven.

Hoewel het loon uiteindelijk dus het zelfde is, hebben de mensen van de eerdere uren, veel langer al plezier en uitzicht gehad van dit loon. Laten we daarom niet boos of jaloers zijn op degenen die later pas tot geloof komen. Laten we blij voor ze zijn, en laten we niet ophouden meer mensen dit geluk te gunnen en proberen naar toe te leiden.

One day ev’ry tongue will confess You are God
One day ev’ry knee will bow
Still the greatest treasure remains for those
Who gladly choose you now

Disclaimer: deze blog is tot stand gekomen uit eigen overpeinzingen en gefinetuned door enkele stukken uit de preek van onze pastoor afgelopen zondag, de voorbereidingsavond voor het doopsel van onze jongste en het boekje van de verloren zoon die mijn peuterdochter de laatste tijd regelmatig met veel plezier wilde lezen.

Advertenties

Read Full Post »

Een goed gebedsleven, essentieel voor een levend geloof. Gebed is praten en contact met God. Net als dat het voor contact en een relatie met de mensen om ons heen het belangrijk is regelmatig bij elkaar te zijn (fysiek of in gedachte) en te communiceren, zo is het niet anders dan voor onze relatie met God.

Maar euhm, ja. In het contact met andere mensen, is de feedback concreet, is het spreken en het verstaan zoveel makkelijker. De resultaten zijn zoveel makkelijker te zien. Hoewel God zeker direct kan zijn in wat Hij wil en ook vele momenten heeft dat je gewoon even bij Hem kan zijn, is het voor ons mensen soms een moeilijke relatie. Het moet gebeuren in de stilte van ons hart, in vertrouwen, in een verstaan waar we niet meer aan gewend zijn.

Ik had vaak de gedachte dat ik uit de Mis, uit het bidden, uit het lezen van de Bijbel of andere boeken toch wel echt er iets uit zou moeten halen, het liefste gisteren dan vandaag. Dat dat niet zo werkt ben ik inmiddels wel achter. Bidden en contact zoeken met God helpt, maar niet op de manier zoals wij mensen vaak willen. Ik probeer dit daarom steeds meer los te laten, mijn tijd en (versnipperde) aandacht aan God te geven, en er dan op te vertrouwen dat Hij wel weet wat Hij er mee moet doen. Dat het vrucht draagt op een of andere manier, voor mezelf of anderen.

Als voorbeeld kan ik wel noemen het bidden van de rozenkrans. Sinds we een nogal vurige lezing hebben gehoord over de boodschap van Fatima (zie ook mijn bericht over het gezinsweekend), bidden we dagelijks de rozenkrans. Het zijn mooie momenten, maar om nou te zeggen dat ik helemaal verzonken ben in gebed of half opstijg na het bidden, nee. Mijn gedachten dwalen af, ik kijk soms om me heen (met ogen dicht bidden kan ik tegenwoordig amper omdat ik dan in slaap val), maar toch probeer ik mijn tijd en aandacht aan Hem te geven. Ik haal er weinig concreets uit op het moment zelf, en toch gaan we er mee door, omdat alles wat aan God gegeven wordt op een of andere manier goede vruchten draagt.

Wat ik in ieder geval na een maand dagelijks de rozenkrans bidden merk, is veel meer een focus op het Hemelse, het Eeuwige, een frequente bewustwording en toch iets van rust in mijn hart en hoofd. De band met God wordt wel degelijk sterker door het bidden, maar ik moet stilstaan om het te zien en de ruimte te geven.

Ga dus niet het bidden en het contact zoeken uit de weg. Blijf het doen, hoe klein en kort ook. Sta stil bij Hem en geef Hem een stukje van je tijd, je aandacht, je leven. En vertrouw er maar op dat God er wel iets mee kan en doet.

Read Full Post »

“De Vijand stelt mensen hier [seksuele verzoeking] voor een eis in de vorm van een dilemma: ofwel totale onthouding, ofwel absolute monogamie. Al sinds de grote overwinning van onze Vader maken wij dat eerste heel moeilijk voor ze. Het tweede hebben wij in de afgelopen eeuwen als ontsnappingsweg steeds verder afgesneden. Dit deden we door de mensen via schrijvers van romans en gedichten wijs te maken dat er maar één respectabele basis voor het huwelijk is, namelijk een merkwaardige, dikwijls kortstondige ervaring die ze ‘verliefdheid’ noemen; dat het huwelijk van deze opwinding iets blijvends kan en moet maken; en dat een huwelijk waarin dat niet lukt geen bindende kracht meer heeft. Dit idee is onze parodie op het idee dat van de Vijand afkomstig is.”
Schroeflik aan zijn neefje Galsem, uit het boek ‘Brieven uit de hel’ van C.S. Lewis.
Note: de Vijand is hierbij God, onze Vader de duivel.

Het huwelijk. Vanaf het “ja, ik wil”, zijn man en vrouw een eenheid, horen ze bij elkaar. Zijn ze niet langer alleen, maar verbonden voor het leven hier op aarde. Niet langer levend voor zichzelf, maar voor elkaar. Om samen verder te komen, niet alleen in deze wereld, maar ook om elkaar te helpen om het mooiste doel te bereiken: samen zijn bij Onze Hemelse Vader in de Hemel. Om samen één te worden, en open te staan voor nieuw leven dat uit dit samenkomen voort kan komen.

Het huwelijk. Geen contractje, geen gewoon volgende stap in een relatie die ook weer gewoon op kan houden, geen “we gaan samenwonen maar wel alles nog willen kunnen blijven doen zoals het voorheen ook ging”. Geen “ja, zolang ik nog vlinders in mijn buik van je krijg”, geen “ja, zolang ik precies krijg wat ik wil”, geen “ja, totdat ik iemand tegen kom die leuker/mooier/liever/rijker” is. Als dit je intentie is, dan kan je, zoals tegenwoordig mogelijk en al gangbaar is, net zo goed gewoon gaan samenwonen en eventueel een samenlevingscontract tekenen.

Een huwelijk is hard werken. Een huwelijk is opoffering, tot echt, werkelijk, welzijn van de ander. Een huwelijk is liefhebben, ook al bezorgt de ander je allang geen kriebels meer en erger je je aan zijn ongeschoren baard of ochtendgeur. Liefhebben is meer dan verliefdheid, en verliefdheid lang niet altijd een goede basis voor een huwelijk (het is wel mooi “smeermiddel” voor het begin, zoals mijn man mooi pleegt te zeggen). Wanneer je alleen “ja” tegen elkaar zegt op basis van gevoelens, is dat een fragiele bodem. Gevoelens zijn mooi, of beter gezegd, kunnen mooi zijn, en zijn ook zeker nodig en nuttig. Maar een mens is meer dan alleen dat. Ook je verstand komt kijken bij het aangaan van een huwelijk: wil ik deze man of vrouw liefhebben, ook als het moeilijk is? Wil ik “ja” zeggen, ook al heb ik geen idee wat het leven ons gaat brengen? Denk ik dat we samen de toekomst tegemoet kunnen gaan, ook als de gevoelens weg zijn of veranderen?

Want niemand weet wat het leven gaat brengen, alleen dat het niet allemaal mooi en leuk zal zijn. Ieder leven, ieder huwelijk dus ook, kent hobbels, grotere of kleinere. Als je daar geen rekening mee houdt, geen rekening mee wilt houden, dan is een “ja” in deze ook weinig waard. Uitzonderingen zijn er altijd, maar uitzonderingen zijn er om de regel te bevestigen, en niet om deze te veranderen.

Aan een goed huwelijk moet je (allebei) dagelijks werken. Door naar jezelf te durven kijken, sorry en dankjewel te zeggen, en soms dingen te doen (of te laten) voor de ander waar je niet zelf om staat te springen. Door samen te praten over je huwelijk, door samen te praten mét God over je huwelijk (bidden dus) en door te bidden voor je man of vrouw. Door dag in, dag uit te groeien in eenheid, zolang als je beiden leeft. Dát is een huwelijk dat tot zegen en heil kan leiden voor het echtpaar zelf en voor zijn omgeving.

Read Full Post »

“Wat ga jij doen voor de vastentijd?” Een erg gebruikelijke vragen om te stellen de afgelopen weken. Globaal had ik een idee, een plan. Waar ik het de afgelopen jaren altijd vrijwel helemaal uitgedacht had, was dat nu niet het geval. Een verhuizing naar de andere kant en afronding van de vorige baan met een onrustige dochter vanwege alle drukte, gaf me weinig rust om dit te maken. Of ik nam weinig rust, dat kan natuurlijk ook nog.

De vastentijd is nu dus een week bezig. En waar ik de afgelopen jaren, of beter gezegd, de jaren voor mijn eerste zwangerschap, altijd vanaf dag 1 het meeste en strengste van mezelf eiste en na 3 dagen er al doorheen zat en het plan dus toch wat bijgesteld moest worden wilde ik nog enigszins fatsoenlijk Pasen bereiken, gaf het slechts halfuitgewerkte plan een soort van rust.

Maar het brengt me niet alleen rust. Het lijkt ook ruimte te geven. Ruimte om te voelen en ontdekken waar het bij mij eigenlijk om zou moeten draaien in de vastentijd. Ja, dichter bij God komen, maar wat dat op een bepaald moment van je leven is en hoe je dat vorm moet geven, dat is dus even de vraag. Er is ruimte om gaandeweg dingen toe te voegen aan de drie peilers (lichamelijk vasten, bidden en aalmoezen) en het bij te stellen naar gelang dat noodzaak er toe is. Er is ruimte om in de loop van de tijd het intenser te maken, een groei naar Pasen.

En dus ga ik verder met mijn bestaande plan. Het halfuitgewerkte groeiende plan. Een plan wat voor het derde jaar op rij slechts een beperkt lichamelijk vasten in zal houden door een nieuw klein wondertje dat in me mag groeien. Een plan waarbij het zowaar haalbaar lijkt om een boek uit te lezen ter verdieping (in mijn geval een mooie versie van een catechismus uit 1956), manlief ruimte creëert zodat ik doordeweeks een keer in de avond naar kerk kan (alleen, in alle rust) en er tussendoor met hele (hele) kleine stapjes geprobeerd wordt af te zien op andere vlakken.

Een opgaan naar Pasen, een versterking van je relatie met God. Dat deze vastentijd voor eenieder vruchtbaar mag zijn.

Read Full Post »

Het ene moment lag ons meisje heerlijk lief te spelen. Het andere moment stroomde er uit neus en mond melk dat niet al te lang geleden daar nog naar binnen was gegaan. Meisje helemaal overstuur. Mama enorm bezorgd. Lekker in de draagdoek gedaan en tegen me aan gehouden, waarna ze prompt in een diepe slaap viel.

Zo kijkend naar haar besefte ik hoeveel ik van dit kleine mensje houd. Of ze nu huilt, krijst of lief is, of ze nu een keer in de nacht wakker wordt of me vanaf halverwege de nacht elk uur wakker maakt, ik ben gek op haar en zou haar voor geen goud willen missen. En dan gebeurt er zoiets als hierboven, en merk ik hoe enorm bezorgd ik kan zijn, maar vooral hoeveel pijn het mij ook doet om te zien dat mijn dochter zich niet fijn voelt, dat ze zo overstuur is.

En toen bedacht ik me: houd God niet ook zo van ieder van ons? Heeft Hij ons niet lief ondanks wat we allemaal uitvreten. Heeft Hij verdriet omdat wij niet gelukkig zijn, hetzij door wat we onszelf aangedaan hebben, hetzij door wat ons overkomt. Heeft hij niet nota bene zijn eigen Zoon aan ons gegeven om te zorgen dat wij allemaal, elk mensenkind dat hier op aarde rondloopt en rondgelopen heeft, uiteindelijk het ware geluk zouden vinden? Op de eerste plaats natuurlijk na onze dood bij Hem in de hemel, maar ook in ons aardse leven.

Net als ik zielsveel van mijn dochter houdt, zoveel houdt Hij ook van mij, meer nog zelfs, want Zijn Liefde is groter dan wij ooit zullen kunnen vatten. Hoe mooi is dat eigenlijk, hoe bijzonder. Hij heeft ons lief zoals een vader zijn kind liefheeft. En wij mogen zeggen: Abba, Vader.

Read Full Post »

Opgroeien tot een zelfstandig individu: zelf je zaken kunnen regelen zonder afhankelijk te zijn van anderen. Je eigen keuzes maken en bij voorkeur je eigen problemen oplossen zonder hulp van anderen. Het lijkt een beetje de strekking van onze hedendaagse samenleving.

Hoewel er niks mis mee is om zo goed als kan op eigen benen te staan, is het gevaar dat de concepten ‘samen’ en ‘hulp’ weggedaan worden als zwak en afhankelijk. Terwijl we als individuen bestaan bij gratie van samen. Immers, geen mens is compleet zelfvoorzienend, niet financieel, niet met betrekking tot voedsel en niet emotioneel. We hebben elkaar nodig.

En waar komt dat samen beter tot uiting dan in familieband? Mijn ouders hebben ons altijd meegegeven dat we het samen moeten doen, dat we elkaar helpen. Of het nu was dat ze alles gaven van zichzelf toen wij nog klein waren, of nu we voor een groot deel op eigen benen staan, ze zijn er voor ons. En hoe meer wij als kinderen op eigen benen kunnen staan, hoe meer we er ook voor elkaar en onze ouders kunnen zijn. Samen. Als de een het even lastig heeft, bijvoorbeeld financieel of ten aanzien van studie, dan zijn er altijd anderen om op terug te vallen, anderen die de hand vasthouden als het moeilijk is of net eventjes dat steuntje in de rug geven (praktisch of emotioneel) dat nodig is om verder te gaan.

Er was een tijd dat ik het als zwak beschouwde. Ik was toch immers inmiddels arts, had eigen inkomsten, eigen huisje, eigen auto en getrouwd met een schat van een man. Dan zou ik toch geen hulp nodig hebben? Feitelijk kan ik ook veel dingen zelf regelen. Maar waarom zou je alles per sé alleen willen doen? Mijn ouders hebben ons enorm geholpen het huis baby-klaar te maken, en nu onze auto weer eens kapot is, mogen we zolang het nodig is en enigszins kan hun auto gebruiken. Wanneer ik eventjes niet lekker in mijn vel zit, ben ik altijd welkom om bij hun aan te komen waaien, net als bij mijn broertjes trouwens. En ik besef dat het me nu niet tot een afhankelijk klein kind maakt, maar tot een individu die leeft samen met anderen, in een omgeving waar je er voor elkaar bent waar nodig en mogelijk, om het sámen te doen. Dit geldt niet alleen voor familie, maar ook voor vrienden en kennissen. Liefde geven, liefde ontvangen.

En dat brengt me eigenlijk weer tot een Loesje-uitspraak die ik ooit zag op de kamer van een van de revalidatieartsen bij wie ik straks weer stage ga lopen, en die ik ook geciteerd heb bij mijn afstudeertoespraak:

NL9110_5

Read Full Post »

Geluiden uit. Omgeving rustig. Zelf een rustige positie aannemen en jezelf stil maken. Zo min mogelijk bewegen om juist aandacht te hebben voor God die in de stilte van ons hart spreekt. Een advies dat bij het dagelijkse programma “Woord van God” op Radio Maria aan het begin altijd wordt gegeven. Een voorwaarde voor gebed dat ik vaker gehoord heb.

Voor iemand als ik die toch al wel wat moeite heeft stil te zitten, onrustige benen en gedachten die alle kanten op gaan, is het al een opgave buíten de zwangerschap om. Inmiddels is ons kleintje aardig gegroeid en voel ik al een aantal maanden steeds meer bewegingen in mijn buik. Nu zit daar ook wel iets van een patroon in. Met name wanneer mama even lekker rustig ligt of zit begint het kleintje met de gymnastiek. Best leuk wanneer je lekker in bed ligt of op de bank zit. Heerlijk genieten kan ik daarvan.

Maar wanneer ik dan even wil gaan bidden, en dus rustig ga zitten en ontspan, dan grijpt ons kleintje zijn kans. Zo van: “oh, mama gaat even rustig aan doen? Speelkwartier!” Mama’s gedachten gaan vervolgens naar haar buik in plaats van naar God en het gebed waar ze mee bezig was. Ik probeer dan toch maar te genieten, en God te danken voor het wondertje dat in mij leeft en groeit. Het maakt de gebedsmomenten bijzonder op meerdere manieren zullen we maar zeggen.

Read Full Post »

Older Posts »