Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘evangelie’

Leeglopende kerken, grijze hoofden in de kerk, gemopper dat er zo weinig jongeren meer naar de kerk komen, bij jaarlijkse peilingen steeds meer mensen die niet meer weten waar Pasen en Pinksteren voor staan (en nog net wel weten dat Kerstmis iets te maken had met de geboorte van kindje Jezus), het is zomaar een greep uit de geluiden die je zo her in der hoor. Lezend in het boek “Het vaderloze tijdperk” van A.E.M. van der Does de Willebois moest ik hier weer aan denken.

Daar wordt geschreven over de veranderingen in de samenleving, niet eens zozeer specifiek op katholiek gebied, maar op velerlei gebieden en dan met name over de ordening ervan (en de gevolgen van het vervallen van een goede en geheiligde ordening). Over veranderingen in het leven van de generaties van nu en voor ons. Hoe veel van wat eens een heilige en heilzame ordening was, verdwenen is, niet meer doorgegeven en daarom nu geen gemeengoed meer. Met alle chaos, lusteloosheid en verveling van dien.

Hoe duidelijk is die situatie eigenlijk ook in de Kerk. Waar het eens tot zelf op rigide af was en naar ik begrijp regelmatig meer uiterlijk en protocol dan werkelijk geloof, mag je nu blij zijn als er nog een spoortje van dat geloof aanwezig is. Een van de elementen die ik hierbij de afgelopen jaren heb ervaren, is dat (naast heel veel andere dingen die ongetwijfeld te noemen zijn), de generaties voor ons nogal hard het kind met het badwater hebben weggegooid. Waar ze zelf nog wel met enige regelmaat naar kerk willen gaan (maar dan alleen op zondags, en geen verplichtingen doordeweeks natuurlijk), komt de generatie van mijn ouders nauwelijks meer in de kerk. Ze hebben hun kinderen nog wel gedoopt, maar ik denk dat mijn situatie geen uitzondering is in deze tijd: ik ben de enige van de kinderen van mijn ouders die überhaupt nog iets met geloof doet, en als ik nadenk volgens mij ook de enige van álle kleinkinderen van grootouders zowel van vaders- als van moederskant, waarbij onze kinderen vooralsnog de enige van hun generatie zijn die gedoopt worden als kind.

Het rare is alleen, en dat is zowel mijn eigen ervaring als naar wat ik lees ook die van generatiegenoten, dat uitgerekend degenen die wél nog iets met het geloof van de ouders en generaties terug proberen te doen, daar commentaar op krijgen. Vaak ook in niet mis te verstane woorden en op allerlei gebieden (van het elke zondag naar de kerk gaan tot aan het klein houden van gezinnen en gebruik van anticonceptie). Dit terwijl anderen van mijn generatie die gewoon met verschillende mensen al seks hebben, samenwonen voor of zonder huwelijk in het vooruitzicht überhaupt, zich regelmatig negatief uitlaten over het geloof en soms zelfs bespotten, hier geen onvertogen woord over te horen krijgen. Begrijp me goed, ik snap en respecteer hun keuze en heb inmiddels geleerd me er beperkt over uit te laten, maar ga dan als generaties ervoor niet zeuren over en commentaar leveren op de jongeren die wel proberen het geloof dat ze door wilden geven te leven, terwijl er tegelijkertijd gezeurd wordt op de Kerk, op de fusies en men zelden zelf nog iets écht wil doen met het geloof.

Natuurlijk ken ik het geloof van de mensen rondom mij niet, ik kan niet in hun hart kijken. Dat kan alleen de goede God. Het enige wat ik kan is kijken naar hun daden en uitlatingen, en die laten eerder een weg zien die van de Kerk en God af gaat, dan ernaar toe. Ongetwijfeld zullen velen met goede bedoelingen en helaas ook velen door negatieve ervaringen het op hun manier aangepast en overgebracht hebben. Ook kan ik me niet voorstellen dat het niet ergens pijn moet doen om te zien hoe het geloof dat je zelf beleefde niet doorgeleefd wordt door je kinderen of kleinkinderen. Het geloof breng je echter niet over van generatie op generatie door steeds meer dingen te verzwakken, door er zelf weinig tot niks mee te doen. Wanneer niet meer verkondigd wordt dat Christus voor onze zonden gestorven is en alleen Hij de weg tot eeuwig leven is, wanneer verkondigd wordt dat je alleen maar lief en leuk voor elkaar hoeft te zijn, Jezus alleen maar lief en vergevingsgezind was (vergevingsgezind was hij, echter wel steeds met de boodschap: “gaat heen en zondigt niet meer”), wanneer alles wat de Kerk leert afgedaan wordt als achterhaald en door oude mannen besloten, nee, dan gaan mensen echt niet iets doen met het geloof waarvan je toch ook stiekem wel zegt dat het belangrijk voor je is. Want als het geloof niks méér is dan wat je ook gewoon in de huidige samenleving, op school of in de kroeg, in het theater of met een avondje uit kan vinden, waarom zou je dan in vredesnaam op zondagochtend vroeg opstaan om naar de kerk te gaan? Waarom zou je dan tijd besteden aan bidden, geld aan de kerk en afzien van sommige leuke dingen?

Geloven is meer dan zeggen dat God bestaat. Het is leven in vertrouwen mét en door Hem, zijn geboden onderhoudend. De goede God zal heus wel weten wat Hij moet met alle mensen en hun geloof (een van de eucharistische gebeden benoemd dit mooi: “… van wie Gij alleen het geloof hebt gekend”). Maar dat wil niet zeggen dat wij ons het er op aarde maar vast te makkelijk moeten maken in plaats van te streven naar een samenwording met God. En laten we in de tussentijd bidden (en vertrouwen), om even bij het evangelie van afgelopen zondag te blijven, dat de zaadjes die ooit geplant zijn, op een of andere manier vrucht mogen dragen, vroeger of later.

Advertenties

Read Full Post »

In de preek van vanochtend naar aanleiding van het evangelie vandaag noemde onze pastoor dat wij in navolging van Christus ook moeten dienen. Niet steeds onze eigen eer zoeken, de belangrijkste willen zijn, maar er zijn voor de ander, en geven..geven..en geven. Dat dit niet altijd handig is heb ik een aantal jaren geleden ervaren tijdens een kamp waar ik voor het eten zorgde en we tijdens een maaltijd net wat te weinig stukjes kip hadden. De gastheer stelde voor dat ik het stukje op zou eten, ik dat hij het zou doen. Beiden wilde we geven, en niet ontvangen. Het is uiteraard prima goed gekomen, maar het laat wel zien dat hoewel geven en dienen de basishouding moet zijn, een gezond stukje ontvangen ook even belangrijk is.

Read Full Post »

“De Kerk was vroeger al geen democratie, maar we leven nu in de 21e eeuw.” Een opmerking die ik gisteravond hoorde, en die ik al vaker gehoord heb. De Kerk moet volgens velen een democratie worden, de machtsverhoudingen zouden niet meer van deze tijd zijn. Dat dit op meerdere vlakken scheef gaat, en dan ook nooit zal gebeuren, lijken deze mensen niet te beseffen.

Allereerst is er de definitie van democratie: het heersen van het volk, de mening van het volk, volksheerschappij. In tegenstelling tot wat veel mensen denken, vooral de afgelopen veertig jaar, draait het in de Kerk niet primair om de mensen, het draait om God. Allereerst danken en loven we God, en luisteren we naar Zijn Woord. Pas daarna en daaruit vooruit voortvloeiend komt de mens. De Kerk is dus een luisteren naar het Woord Gods, niet naar het woord van mensen.

Ten tweede blijkt ook al in de Bijbel dat wanneer we de leer en de weg aan de mening van het volk over laten, we nogal eens van de weg van God, en dus van wat juist is, afdwalen. Zo zien we bijvoorbeeld in Exodus hoe het volk in hun ongeduld, ongeloof en ongehoorzaamheid een gouden kalf liet maken en die ging aanbidden. Iets wat we heel makkelijk kunnen vertalen naar de huidige tijd: mensen willen hun eigen weg bepalen, en maken zo hun eigen afgoden, zij het geld, hun werk of simpelweg het liberalisme of relativisme. Wanneer we het aan het huidige doorsnee katholieke volk over zouden laten, zouden we onszelf allang opgeheven hebben.

De derde en niet minst belangrijke, is dat Christus zelf de hiërarchie ingesteld heeft in de Kerk. In de hele geschiedenis van het joodse volk, en later het christenvolk, zien we hoe God leiders aanstelt: koningen, profeten, (hoge)priesters. Zij treden niet alleen op als vertegenwoordigers voor het volk, maar vooral ook zijn ze Gods stem naar het volk toe. Later, vanaf het Evangelie, komt daar ook het pausschap bij. Denk daarbij niet alleen aan de woorden die Christus tot Petrus spreekt (jij bent Petrus, en op deze steenrots zal ik mijn kerk bouwen), maar ook de gang van zaken van in het boek Handelingen, waarbij onder andere sprake is van een afvaardiging van het volk dat naar Petrus toe ging om zaken voor te dragen,en zijn antwoord als Gods Woord mee terug nam.

Democratie in de Kerk? Niet als het aan Christus ligt. Die weet wel beter dan het heil van de mensen in de handen van de wispelturige en eigenwijze massa te leggen.

Read Full Post »

Een jaar of veertig zou hij zijn, matig verzorgd. Met een alcohollucht die je op afstand ruikt komt hij naar ons toegelopen. Of we ook wat geld hebben voor een treinkaartje naar Leeuwarden, want hij komt nog wat te kort. Na een weigering van onze kant vanwege het vermoeden dat het geld eerder voor nog meer drank dan voor een kaartje gebruikt wordt, komen er dreigementen die er eigenlijk op neerkomen dat we in de hel komen omdat we hem niet helpen. Oh, en nog een cliché-tirade over katholieken, maar daar ga ik het nu niet over hebben.

Geen fijne ontmoeting dus. En eentje die knaagt, of in ieder geval heel hard geknaagd heeft de eerste dag na dit voorval. Want hoewel we mensen zijn en het goede proberen te doen, vroegen we ons toch af hoe we dit beter hadden kunnen doen. Hadden we hem gewoon geld moeten geven? Hadden we hem niet moeten wijzen op zijn overduidelijke alcohollucht? Hadden we gewoon überhaupt niks moeten zeggen?

Een eenduidig antwoord heb ik nog steeds niet, en ik weet ook niet of ik die binnenkort heb of ooit ga krijgen. Enerzijds sta ik er geheel achter geen geld te hebben gegeven. Met de vraag “ben ik mijn broeders hoeder” in mijn achterhoofd, vond ik het niet verantwoord geld te geven dat waarschijnlijk eerder naar het dichtstbijzijnde café of supermarkt zou gaan. Het zou geen echte zorg zijn, maar een simpel op afstand en ook in stand houden van de situatie. Toch geef ik geregeld wel  geld aan daklozen die op straat zitten, maar ook daar knaagt het gevoel of het wel goed terecht zal komen. Anders is het bij de koop van bijvoorbeeld de Riepe, waarvan de verkopers aan bepaalde voorwaarden voldoen, en het geld inderdaad naar een goede plek gaan.

Maar wat had ik dan wel moeten doen. Pas na een uur of twaalf, toen ik na de Stille Omgang weer terug was in Groningen en in m’n bed lag, schoot mij een stuk uit het Evangelie binnen. Vlak na het keert uw andere wang toe, staat ook dat als iemand vraagt een mijl mee te lopen, je twee mijl meeloopt. Naast de uitleg dit te lezen als tegenstelling voor “oog om oog, tand om tand”, heb ik het ook wel eens uitgelegd gezien als juist meer doen dan de ander vraagt, en daardoor juist de ander heel confronterend laten zien waar hij de fout in gaat. In dit concrete geval was het dus misschien handiger geweest mee te lopen naar de automaat en een kaartje voor de trein te kopen, al dan niet alleen het bedrag betalend dat hij nog tekort komt. Grote kans dat hij daar van afgezien had en door de mand zou vallen. En als hij het wel geaccepteerd had, weet je in ieder geval dat het goed terecht komt.

Of dit eerlijk is, of dit wel juist zou zijn, ik weet het niet. Mogen we voorwaarden stellen voor onze hulp? Mogen we ons afvragen of het geld wel goed terecht komt? Moeten we iemand die geld vraagt ook altijd geld vragen, of weigeren we anders Christus, keer op keer? Waar zit hier de grens, als die er al is, tussen naastenliefde, armenzorg, compassie en gezond verstand, eigen verantwoordelijkheid?

Vooralsnog blijf ik in ieder geval maar bidden, zowel voor deze man als voor mezelf. Want ik weet niet wie het uiteindelijk het hardste nodig heeft.

Read Full Post »

Piekerend over de kleinste dingen: van wat ik moet kiezen van de menukaart bij de pizzeria, tot hoe ik het logistiek precies ga doen met het doorrijden na werktijd naar een etentje dat pas over een paar weken plaatsvindt, van het matchen van de juiste haaraccessoires met mijn kleding, tot of er wel genoeg eten is voor mijn vriend en mij terwijl ik voor ruim drie personen klaargemaakt heb. Soms zo erg dat ik regelrecht in paniek kan schieten en totaal niet meer weet wat ik moet doen. Mijn vriend in zijn wijsheid heeft me toen aangeraden het boek Prediker eens te lezen, wat ik ook braaf gedaan heb.

In eerste instantie vond ik het boek maar wat pessimistisch. Verzen als: “Maar toen nam ik alles wat ik ondernomen had nog eens in ogenschouw, alles wat mijn moeizaam gezwoeg me opgeleverd had, en ik zag in dat het allemaal maar lucht en najagen van wind was. Het had geen enkel nut onder de zon.” maakte dat ik even achter m’n oren krabde. Dit zou me moeten helpen wat minder te piekeren over kleine onnodige dingen? Hier zou ik alleen maar somberder van worden.

Tijdens het lezen merkte ik echter dat het meer relativerend dan pessimistisch werd. Ik kon het bekijken als iets sombers dat we uiteindelijk toch allemaal dood gaan, maar ik kon het ook zien als een vermaning iets van het leven te maken en er van te genieten (“Ik heb vastgesteld dat voor de mens niets goeds is weggelegd, behalve vrolijk te zijn en van het leven te genieten. Want wanneer hij zich aan eten en drinken te goed doet en geniet van al het goede dat hij moeizaam heeft verworven, is dat een geschenk van God.”). Dat het leven een geschenk van God is, ondanks zijn luttele jaren, en dat daarvan genieten niet een verspilling van tijd en mogelijkheden is, maar juist zoals God het bedoeld heeft en ja, zelfs een eer aan God (“Dus eet je brood met vreugde, drink met een vrolijk hart je wijn. God ziet alles wat je doet allang met welbehagen aan. […] Het bestaan is leeg en vluchtig en je zwoegt en zwoegt onder de zon, dus geniet op elke dag. Het is het loon dat God je heeft gegeven.”).

Maar als Prediker dan zo duidelijk aanspoort om te genieten van het leven, waar liggen dan de grenzen? Betekent dit dat we niet meer hard hoeven te werken, te streven naar het vergaren van kennis, te zorgen voor onze naasten? Betekent dit dat we gewoon kunnen doen wat we willen, ons bekommerend om God noch gebod? Pas aan het einde van Prediker vond ik mijn antwoord daarop, of eigenlijk meer het begin van een antwoord: “En tot slot, mijn zoon, nog deze waarschuwing: er komt geen einde aan het aantal boeken dat geschreven wordt, en veel lezen mat het lichaam af. Alles wat je hebt gehoord komt hierop neer: heb ontzag voor God en leef zijn geboden na. Dat geldt voor ieder mens, want God oordeelt over elke daad, ook over de verborgen daden, zowel over de goede als de slechte.”

Woorden die een voorbode lijken op het Evangelie, onder andere in de bergrede. Woorden die vooruitlopen op een leven na de dood, waar men in de tijd van Prediker meende ik nog niet in geloofde. Immers, in Christus hebben wij eeuwig leven. Maar eenieder zal geoordeeld worden, en daarmee is wat wij doen met dit leven op aarde niet nutteloos, maar wel degelijk van belang. Niet alleen voor het leven na de dood, maar ook voor het Koninkrijk van God op aarde. Zodoende zag ik in het boek niet zozeer een pessimistische boodschap, maar eerder een relativerende: ja, we hebben een beperkte levensspanne en dood gaan we uiteindelijk allemaal. Maar de dood is niet het einde en het leven is een geschenk, hoe zwaar en onrechtvaardig soms ook. Daarom is het de kunst om zowel iets goeds te doen met dit leven, als om er van te genieten. Die balans komt voor mij heel mooi tot uiting in een van de eerste hoofdstukken van Prediker:

Voor alles wat gebeurt is er een uur,
een tijd voor alles wat er is onder de hemel.
Er is een tijd om te baren
en een tijd om te sterven,
een tijd om te planten
en een tijd om te rooien.
Er is een tijd om te doden
en een tijd om te helen,
een tijd om af te breken
en een tijd om op te bouwen.
Er is een tijd om te huilen
en een tijd om te lachen,
een tijd om te rouwen
en een tijd om te dansen.
Er is een tijd om te ontvlammen
en een tijd om te verkillen,
een tijd om te omhelzen
en een tijd om af te weren.
Er is een tijd om te zoeken
en een tijd om te verliezen,
een tijd om te bewaren
en een tijd om weg te gooien.
Er is een tijd om te scheuren
en een tijd om te herstellen,
een tijd om te zwijgen
en een tijd om te spreken.
Er is een tijd om lief te hebben
en een tijd om te haten.
Er is een tijd voor oorlog
en er is een tijd voor vrede.

Read Full Post »