Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘God’

“De Vijand stelt mensen hier [seksuele verzoeking] voor een eis in de vorm van een dilemma: ofwel totale onthouding, ofwel absolute monogamie. Al sinds de grote overwinning van onze Vader maken wij dat eerste heel moeilijk voor ze. Het tweede hebben wij in de afgelopen eeuwen als ontsnappingsweg steeds verder afgesneden. Dit deden we door de mensen via schrijvers van romans en gedichten wijs te maken dat er maar één respectabele basis voor het huwelijk is, namelijk een merkwaardige, dikwijls kortstondige ervaring die ze ‘verliefdheid’ noemen; dat het huwelijk van deze opwinding iets blijvends kan en moet maken; en dat een huwelijk waarin dat niet lukt geen bindende kracht meer heeft. Dit idee is onze parodie op het idee dat van de Vijand afkomstig is.”
Schroeflik aan zijn neefje Galsem, uit het boek ‘Brieven uit de hel’ van C.S. Lewis.
Note: de Vijand is hierbij God, onze Vader de duivel.

Het huwelijk. Vanaf het “ja, ik wil”, zijn man en vrouw een eenheid, horen ze bij elkaar. Zijn ze niet langer alleen, maar verbonden voor het leven hier op aarde. Niet langer levend voor zichzelf, maar voor elkaar. Om samen verder te komen, niet alleen in deze wereld, maar ook om elkaar te helpen om het mooiste doel te bereiken: samen zijn bij Onze Hemelse Vader in de Hemel. Om samen één te worden, en open te staan voor nieuw leven dat uit dit samenkomen voort kan komen.

Het huwelijk. Geen contractje, geen gewoon volgende stap in een relatie die ook weer gewoon op kan houden, geen “we gaan samenwonen maar wel alles nog willen kunnen blijven doen zoals het voorheen ook ging”. Geen “ja, zolang ik nog vlinders in mijn buik van je krijg”, geen “ja, zolang ik precies krijg wat ik wil”, geen “ja, totdat ik iemand tegen kom die leuker/mooier/liever/rijker” is. Als dit je intentie is, dan kan je, zoals tegenwoordig mogelijk en al gangbaar is, net zo goed gewoon gaan samenwonen en eventueel een samenlevingscontract tekenen.

Een huwelijk is hard werken. Een huwelijk is opoffering, tot echt, werkelijk, welzijn van de ander. Een huwelijk is liefhebben, ook al bezorgt de ander je allang geen kriebels meer en erger je je aan zijn ongeschoren baard of ochtendgeur. Liefhebben is meer dan verliefdheid, en verliefdheid lang niet altijd een goede basis voor een huwelijk (het is wel mooi “smeermiddel” voor het begin, zoals mijn man mooi pleegt te zeggen). Wanneer je alleen “ja” tegen elkaar zegt op basis van gevoelens, is dat een fragiele bodem. Gevoelens zijn mooi, of beter gezegd, kunnen mooi zijn, en zijn ook zeker nodig en nuttig. Maar een mens is meer dan alleen dat. Ook je verstand komt kijken bij het aangaan van een huwelijk: wil ik deze man of vrouw liefhebben, ook als het moeilijk is? Wil ik “ja” zeggen, ook al heb ik geen idee wat het leven ons gaat brengen? Denk ik dat we samen de toekomst tegemoet kunnen gaan, ook als de gevoelens weg zijn of veranderen?

Want niemand weet wat het leven gaat brengen, alleen dat het niet allemaal mooi en leuk zal zijn. Ieder leven, ieder huwelijk dus ook, kent hobbels, grotere of kleinere. Als je daar geen rekening mee houdt, geen rekening mee wilt houden, dan is een “ja” in deze ook weinig waard. Uitzonderingen zijn er altijd, maar uitzonderingen zijn er om de regel te bevestigen, en niet om deze te veranderen.

Aan een goed huwelijk moet je (allebei) dagelijks werken. Door naar jezelf te durven kijken, sorry en dankjewel te zeggen, en soms dingen te doen (of te laten) voor de ander waar je niet zelf om staat te springen. Door samen te praten over je huwelijk, door samen te praten mét God over je huwelijk (bidden dus) en door te bidden voor je man of vrouw. Door dag in, dag uit te groeien in eenheid, zolang als je beiden leeft. Dát is een huwelijk dat tot zegen en heil kan leiden voor het echtpaar zelf en voor zijn omgeving.

Read Full Post »

“Wat ga jij doen voor de vastentijd?” Een erg gebruikelijke vragen om te stellen de afgelopen weken. Globaal had ik een idee, een plan. Waar ik het de afgelopen jaren altijd vrijwel helemaal uitgedacht had, was dat nu niet het geval. Een verhuizing naar de andere kant en afronding van de vorige baan met een onrustige dochter vanwege alle drukte, gaf me weinig rust om dit te maken. Of ik nam weinig rust, dat kan natuurlijk ook nog.

De vastentijd is nu dus een week bezig. En waar ik de afgelopen jaren, of beter gezegd, de jaren voor mijn eerste zwangerschap, altijd vanaf dag 1 het meeste en strengste van mezelf eiste en na 3 dagen er al doorheen zat en het plan dus toch wat bijgesteld moest worden wilde ik nog enigszins fatsoenlijk Pasen bereiken, gaf het slechts halfuitgewerkte plan een soort van rust.

Maar het brengt me niet alleen rust. Het lijkt ook ruimte te geven. Ruimte om te voelen en ontdekken waar het bij mij eigenlijk om zou moeten draaien in de vastentijd. Ja, dichter bij God komen, maar wat dat op een bepaald moment van je leven is en hoe je dat vorm moet geven, dat is dus even de vraag. Er is ruimte om gaandeweg dingen toe te voegen aan de drie peilers (lichamelijk vasten, bidden en aalmoezen) en het bij te stellen naar gelang dat noodzaak er toe is. Er is ruimte om in de loop van de tijd het intenser te maken, een groei naar Pasen.

En dus ga ik verder met mijn bestaande plan. Het halfuitgewerkte groeiende plan. Een plan wat voor het derde jaar op rij slechts een beperkt lichamelijk vasten in zal houden door een nieuw klein wondertje dat in me mag groeien. Een plan waarbij het zowaar haalbaar lijkt om een boek uit te lezen ter verdieping (in mijn geval een mooie versie van een catechismus uit 1956), manlief ruimte creëert zodat ik doordeweeks een keer in de avond naar kerk kan (alleen, in alle rust) en er tussendoor met hele (hele) kleine stapjes geprobeerd wordt af te zien op andere vlakken.

Een opgaan naar Pasen, een versterking van je relatie met God. Dat deze vastentijd voor eenieder vruchtbaar mag zijn.

Read Full Post »

Het ene moment lag ons meisje heerlijk lief te spelen. Het andere moment stroomde er uit neus en mond melk dat niet al te lang geleden daar nog naar binnen was gegaan. Meisje helemaal overstuur. Mama enorm bezorgd. Lekker in de draagdoek gedaan en tegen me aan gehouden, waarna ze prompt in een diepe slaap viel.

Zo kijkend naar haar besefte ik hoeveel ik van dit kleine mensje houd. Of ze nu huilt, krijst of lief is, of ze nu een keer in de nacht wakker wordt of me vanaf halverwege de nacht elk uur wakker maakt, ik ben gek op haar en zou haar voor geen goud willen missen. En dan gebeurt er zoiets als hierboven, en merk ik hoe enorm bezorgd ik kan zijn, maar vooral hoeveel pijn het mij ook doet om te zien dat mijn dochter zich niet fijn voelt, dat ze zo overstuur is.

En toen bedacht ik me: houd God niet ook zo van ieder van ons? Heeft Hij ons niet lief ondanks wat we allemaal uitvreten. Heeft Hij verdriet omdat wij niet gelukkig zijn, hetzij door wat we onszelf aangedaan hebben, hetzij door wat ons overkomt. Heeft hij niet nota bene zijn eigen Zoon aan ons gegeven om te zorgen dat wij allemaal, elk mensenkind dat hier op aarde rondloopt en rondgelopen heeft, uiteindelijk het ware geluk zouden vinden? Op de eerste plaats natuurlijk na onze dood bij Hem in de hemel, maar ook in ons aardse leven.

Net als ik zielsveel van mijn dochter houdt, zoveel houdt Hij ook van mij, meer nog zelfs, want Zijn Liefde is groter dan wij ooit zullen kunnen vatten. Hoe mooi is dat eigenlijk, hoe bijzonder. Hij heeft ons lief zoals een vader zijn kind liefheeft. En wij mogen zeggen: Abba, Vader.

Read Full Post »

Geluiden uit. Omgeving rustig. Zelf een rustige positie aannemen en jezelf stil maken. Zo min mogelijk bewegen om juist aandacht te hebben voor God die in de stilte van ons hart spreekt. Een advies dat bij het dagelijkse programma “Woord van God” op Radio Maria aan het begin altijd wordt gegeven. Een voorwaarde voor gebed dat ik vaker gehoord heb.

Voor iemand als ik die toch al wel wat moeite heeft stil te zitten, onrustige benen en gedachten die alle kanten op gaan, is het al een opgave buíten de zwangerschap om. Inmiddels is ons kleintje aardig gegroeid en voel ik al een aantal maanden steeds meer bewegingen in mijn buik. Nu zit daar ook wel iets van een patroon in. Met name wanneer mama even lekker rustig ligt of zit begint het kleintje met de gymnastiek. Best leuk wanneer je lekker in bed ligt of op de bank zit. Heerlijk genieten kan ik daarvan.

Maar wanneer ik dan even wil gaan bidden, en dus rustig ga zitten en ontspan, dan grijpt ons kleintje zijn kans. Zo van: “oh, mama gaat even rustig aan doen? Speelkwartier!” Mama’s gedachten gaan vervolgens naar haar buik in plaats van naar God en het gebed waar ze mee bezig was. Ik probeer dan toch maar te genieten, en God te danken voor het wondertje dat in mij leeft en groeit. Het maakt de gebedsmomenten bijzonder op meerdere manieren zullen we maar zeggen.

Read Full Post »

Vasten, gebed en aalmoezen, de drie peilers van de Vastentijd. Drie peilers die samen middel zijn om dichter tot God te komen, en die God dichter bij je medemens en in de wereld brengt. Drie peilers, drie middelen, leidend tot één doel.

Van deze drie peilers is het vasten wel de meest bekende: minder eten, minder of niet meer snoepen, geen alcohol, geen vlees, etc etc. In de moderne tijd is ook het vasten van sociale media als Twitter en Facebook populair. Naar gelang wat jou veel afleid om je echt met God te verbinden kan je het stukje vasten invullen.

Nu bestaat het gevaar dat dit vasten, dit middel, een wel erg prominente plaats in het dagelijks leven inneemt. Niet verwonderlijk: je geeft immers juist dingen op die belangrijk voor je zijn/lijken, en die vaak veel tijd en/of aandacht vragen. Maar het is erg makkelijk om er in door te schieten en het middel als doel te gaan zien. In plaats van je dan af te vragen hoeveel je mindert om je geest vrij te maken om God te danken en te aanbidden en oog te hebben voor je omgeving, focus je je meer en meer op het volhouden van de door jou gestelde eisen voor het vasten. Tuurlijk, het is goed om wat zelfdiscipline te hebben, daar is niks mis mee, goed juist. Maar je moet je altijd blijven richten op wat helpt om jezelf waarlijk vrij te maken voor God.

Welke vraag wil je aan het eind van de Vastentijd positief kunnen beantwoorden: ben ik naar God toegegroeid en heb ik mezelf waarlijk opengesteld, of is het mij gelukt om het vasten vol te houden? Twee essentiële verschillen, het een gaat het om het doel, het ander om het middel. Net als bij een vriendschap: je vriendschap is niet pas goed als je dit en dat en zus en zo allemaal gedaan hebt, nee, je vriendschap is goed als je oprecht en open naar elkaar bent en elkaar liefhebt en waardeert zoals de ander is. Het een is een doel dat je af kan vinken, het ander een relatie.

Vasten, gebed en aalmoezen. Laat die drie in harmonie samenkomen om je relatie met God te vernieuwen en te versterken. En vraag je elke keer af: brengt dit mij dichter tot God, of laat me dit een chagrijnig kreng worden waar geen land mee te bezeilen is? Ik wens u allen een gezegende Vastentijd.

Read Full Post »

Vasten in de vorm van minder eten en drinken en minder lekkers is een van de meest bekende onderdelen van de vastenperiode, en ook eentje die vaak zichtbaar is al is dat niet echt de bedoeling. Maar hoeveel eet en drink je nou minder? Wat is goed en wat niet? Wat is te veel en wat is te weinig? En heeft het überhaupt wel zin om je lichamelijk te versterven.

Vragen die enerzijds heel relevant zijn, en aan de andere kant ook niet. Alsof er hiervoor tot in details vastomlijnde voorschriften voor zijn. Enkele richtlijnen zijn er wel, of in ieder geval, die waren er wel, zoals maar één volle maaltijd per dag en de andere twee maaltijden samen niet meer dan de ene volledige maaltijd. Wanneer je echter het lichamelijke vasten gaat zien als iets wat goed genoeg is als er aan deze voorschriften voldaan wordt, dan bestaat het gevaar dat het een doel op zich gaat worden en niet een middel.

Centraal staat in het vasten je losmaken van al het aardse, van alles wat je verwijdert van God en juist mogelijkheden creëren om dichter naar Hem toe te gaan. Hij vraagt een volledige gave van ons “zijn” aan Hem, niet om een klein beetje. Daarom zal ons vasten altijd onvolmaakt zijn, omdat we altijd meer kunnen geven. Geen oprecht versterven, geen oprecht geven zal ooit genoeg zijn.

Dat klinkt ongelooflijk pessimistisch, maar het tegendeel is waar. Het hoeft namelijk niet van de een op de andere dag. Hij vraagt niet het onmogelijke van ons. En daarom zal het vasten voor ieder mens ook verschillend zijn qua invulling. Voor de een is het laten staan van al het lekkers al een opgave van jewelste, terwijl hetzelfde effect bij een ander bereikt wordt door naast de hoofdmaaltijd slechts een enkele boterham te eten. Of dat het ene jaar geen wijn drinken gedurende de vastentijd het offer is dat gebracht wordt aan God, terwijl diezelfde persoon een paar jaar later maar drie maaltijden op een dag neemt met alleen water.

Het moet echter een oprecht streven naar God zijn, een afzien om op te gaan. Het is tevens een groeiproces, waarbij het van belang is om je telkens af te vragen: geef ik nu echt op wat ik op kán, of denk ik stiekem bij mezelf: “ik doe al zoveel, God mag wel blij zijn met mij dat ik dit en dit laat staan.” Het is eerste is eerder realisme dan scrupules en daarmee gezond, het tweede niets meer dan hoogmoed en zal daarom juist het tegenovergestelde bereiken van oprecht vasten.

Read Full Post »

Geregeld merk ik in discussies over het geloof dat een groot struikelblok voor velen, katholieken inclusief, het stukje nederigheid is dat van ons gevraagd wordt. Het wordt gezien als iets van vroeger tijden, toen de mensen niet na mochten denken en ‘ja’ en ‘amen’ moesten zeggen. Als iets slechts, want we zijn toch ontwikkelde mensen met een eigen verstand. En ontwikkelde mensen varen hun eigen koers en zijn onafhankelijk van anderen. Daar past nederigheid en onderdanigheid niet bij.

Tot enkele jaren geleden had ik eigenlijk nog nooit van nederigheid, gehoorzaamheid en onderdanigheid gehoord. Gehoorzaamheid wel, maar dat meer als kind aan je ouders, leerkrachten en dergelijke. Ook in de eerste periode dat ik het geloof opnieuw leerde kennen wilde ik er weinig van weten. Ik meende dat ik nog steeds zelf kon uitmaken wat goed en niet goed voor me was, en de sterke, onafhankelijke jonge vrouw was die ik geleerd en gedacht had te zijn.

God had, en heeft nog steeds, gelukkig geduld met mij. En langzaam maar zeker mocht ik leren me over te geven aan Hem. Ik mocht leren en ervaren dat ik niet alles hoef te weten en niet alles zelf hoef te doen. Dat je je best kunt doen om alles te vatten en doet wat in je vermogen ligt om het goede te doen, maar dat het altijd gebrekkig blijft omdat je nou eenmaal mens bent. Dat we nooit onafhankelijk zijn ook al willen en menen we nog zo hard van wel. Daarop begon ik veel dingen van de Katholieke Leer te accepteren, ook al had ik me er niet geheel in verdiept. Omdat het Christus is die de Kerk gesticht heeft, en nog steeds er het hoofd van is.

Het was ook in die periode dat ik voor het eerste geknield te communie ging en me echt door Onze Lieve Heer mocht laten voeden. Hoe eng ik het ook vond om te doen in een omgeving waar maar weinig mensen het deden, het was een zegen. Vanaf toen is het besef dat het een van de mooiste dingen in een mensenleven is om Onze Lieve Heer zo te mogen ontvangen. En daardoor wordt ook veel van mijn houding in andere zaken bepaald en kan ik zeggen: “Heer, ik kniel voor U neer. Wees mij genadig, leidt mij op de weg die U wil, ook al snap ik er geen snars van.”

Read Full Post »

Older Posts »