Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘God’

Deze blog maakt onderdeel van uit van de reeks “wereldse gedachten bij de geheimen”, waarbij vanuit mijn dagelijkse oogpunt en beslommeringen naar de geheimen van de rozenkrans wordt gekeken. Vandaag het derde deel: Jezus wordt geboren in een stal te Bethlehem.

Nog een weekje, dan vieren we alweer de geboorte van Jezus. In een stal, ergens in de middle of nowhere. Geen vroedvrouwen, geen extra setjes kleren of warmtekruiken. Geen pijnstilling of andere afleiding. Een bevalling ruw en werelds. Voor het gemak vergeet ik maar even dat Maria zonder zonde ontvangen is en dus mogelijk niks te maken heeft gehad met “pijnlijke weeën en barensnood”.

Afbeeldingsresultaat voor mary baby jesusIk kan me voorstellen dat ze zich eenzaam en verdrietig voelde op deze momenten. Maar hoe mooi moet het tegelijkertijd zijn geweest om te weten dat je Gods Zoon ter wereld aan zetten bent. En dan als Hij eenmaal geboren is, Zijn eerste huiltjes te horen en Zijn gezichtje te zien. Hemels, lief en puur. Want dat was God op dat moment: een baby. Klein, lief en afhankelijk van zijn moeder en voedstervader. Huilend als het honger had, en lachend als het Zijn moeder zag. Zijn kleine handjes vertrouwvol in de hare.

God, volledig overgeleverd aan ons als mensen. Want dat heeft Hij gedaan. Hij is klein geworden en afhankelijk van onze liefde. Aan de ruimte die wij hem geven. Maria heeft dat gedaan door Hem geboren te laten worden en Hem te koesteren als haar Zoon. Kunnen wij dat ook? Kunnen wij plaats maken in ons hart, in ons leven, voor Hem. Als wij Hem niks geven en ons niet voor Hem openstellen, kan Hij ons ook niet de pure liefde geven als die van een kind.

Ik kijk naar mijn meisjes, en zie hun vertrouwen en liefde in hun gezicht. En ik smelt. Wil alles voor ze doen. Dat is zoals het zou moeten zijn, ook naar Hem toe.

Advertenties

Read Full Post »

Deze blog maakt onderdeel van uit van de reeks “wereldse gedachten bij de geheimen”, waarbij vanuit mijn dagelijkse oogpunt en beslommeringen naar de geheimen van de rozenkrans wordt gekeken. Vandaag het tweede deel: Maria bezoekt haar nicht Elisabeth.

Maria hoeft nergens bang voor te zijn: God is met haar, ze draagt immers Zijn Zoon. Ook heeft ze een lieve en getrouwe verloofde aan haar zij. Een mooie basis voor het moederschap zou je kunnen zeggen. En toch gaat ook zij voor een periode naar haar familie toe. Naar wat ik wel eens gehoord heb niet ongebruikelijk in die tijd.

De woorden van Elisabeth en daarna het Magnificat van Maria zijn natuurlijk erg bekend. Maar wat mij raakt, is de nabijheid van de twee vrouwen. Ze zijn blij om elkaar te zien en blij om de groeiende mensjes in hun schoot. Ze kunnen delen. Delen in de vreugde van het moeder worden (eigenlijk al zijn) en van Gods plan met hen. Ik kan me niet anders voorstellen dan dat ze ook de lasten delen. Ook voor deze twee door God gezegende vrouwen zal de zwangerschap toch wel zware kanten hebben stel ik me zo voor.

Het troost me dat zelfs de moeder van de Heer geborgenheid en liefde van anderen zoekt. In tijden van vreugde en in tijden van verdriet. Als ik moe ben of verdrietig, of juist blij en dankbaar, Moeder Maria kent deze gevoelens en gedachten maar al te goed. Ik mag me ook bij haar geborgen weten. Ik mag weten dat ik het niet alleen hoef te doen, en ik mag weten dat ik al deze emoties ook mag hebben.

Maria, wees mij altijd nabij.

Read Full Post »

Deze blog maakt onderdeel van uit van de reeks “wereldse gedachten bij de geheimen”, waarbij vanuit mijn dagelijkse oogpunt en beslommeringen naar de geheimen van de rozenkrans wordt gekeken. Dit is het eerste deel, met het oog op het komende Kerstfeest: de Heilige Aartsengel Gabriël brengt Maria de blijde boodschap.

Wat moet Maria een schrik gehad hebben toen er ineens een engel van God voor haar stond. Dat op zich lijkt me al een enorm indrukwekkende gebeurtenis, life-changing om het zo te zeggen. Profeten kenden ze natuurlijk genoeg in die dagen, maar een engel van God was toch een ander verhaal. Maar dat was nog niet genoeg. Nee, deze engel had uiteraard ook een boodschap voor haar. Die haar wereld nóg een beetje verder op zijn kop zou zetten.

Ze zou mama worden. Huh, wat? Ze was nog maar een jong meisje en alleen nog maar verloofd. Kinderen zou iets zijn voor de toekomst. En toch zou het zo worden. Ze werd mama. Ik kan me de schrik goed voorstellen. Toen ik voor het eerst een positieve zwangerschapstest in handen had wist ik niet hoe ik me moest voelen. Maar blij was ik al snel, want het kindje was zo welkom. Het heeft zo moeten zijn. Met de test van onze jongste dochter was het een ander verhaal: hoe welkom het kindje ook zou zijn, we hadden er nog niet op gerekend. Ik was net – mondeling – aangenomen voor een nieuwe baan. Die ook nog eens aan de andere kant van het land was waar we dan naar toe zouden gaan verhuizen. Hoe gingen we dat in vredesnaam doen, en hoe zouden de mensen op het werk reageren. Nee, zorgen en angsten overschaduwden de blijdschap.

Pas toen ik echt “ja” kon zeggen tegen deze zwangerschap door alles in Gods handen leggen, kwam er iets van rust en vertrouwen. God zou ons nooit iets zwaarders geven dan we aan zouden kunnen. En dus zou ook dit goed op een of andere manier goed gaan. En zo kon ik me verheugen op de komst van een tweede kindje, nu een prachtig lief vrolijk meisje. Ging het zonder moeilijkheden? Uiteraard niet. Maar God beloofd geen vlekkeloze reis, wel een behouden aankomst.

Maria zei ook ja, niet wetend wat haar verloofde zou vinden. Niet wetend hoe ze dit allemaal zou moeten gaan doen en waar het haar zou brengen. Waarschijnlijk weten dat ze alom veroordeeld zou worden. Maar ze zei “ja” en gaf haar leven aan God. Gelukkig maar. Want zo kon onze Heiland ter wereld komen om ons voor altijd te verlossen van het Kwaad. God heeft zoveel bedoelingen met ons. Soms lijken ze ons te zwaar. Maar als we ja zeggen en alles in Gods handen leggen, kunnen we uiteindelijk alles aan wat op ons pad ligt.

 

 

Read Full Post »

“Je kunt ook gewoon wachten met je laten dopen tot vlak voor je doodgaat. Heb je een leven gehad met wat minder regels en veel plezier. Maar waarom is het dan tóch niet zo verstandig?” Dit was een beetje de strekking van een van de vragen tijdens de doopvoorbereidingsavond van onze jongste. Het antwoord van mijn man: “want de gek in de auto kan ook tegen jóu aan rijden.” (iets daarvoor hadden we het er over dat je niet zomaar alles kan doen en laten, met als voorbeeld rijden in de auto bij ik meende alcoholgebruik). En dat is wat Christus ons doorheen het Evangelie wil vertellen, wat ook profeten en apostelen ons voor willen houden: alleen God kent het tijdstip waarop er geoordeeld zal worden.

De parabel die hier gisteren (tweeëndertigste zondag door het jaar) over gelezen werd is aan het eind hier erg duidelijk over: “weest waakzaam, want gij kent dag noch uur.” De boodschap is duidelijk, het verhaal zelf vind ik een stuk lastiger. Het is het verhaal van de tien meisjes, waarvan er vijf verstandig zijn en vijf dom. De vijf verstandige meisjes komen echter niet erg sympathiek over, immers: hadden ze niet gewoon kunnen delen en medelijden kunnen hebben met de domme meisjes?

Toch is ook hier een belangrijke les uit te leren. Niet eens zozeer dat we voorbereid moeten zijn, maar ook dat we zélf de verantwoordelijkheid hebben om voorbereid te zijn. We kunnen niet alles maar aan een ander overlaten en zelf niks doen. Zowel de vijf verstandige als de vijf domme meisjes wisten dat ze lang zouden moeten kunnen wachten en dat niet duidelijk zou zijn wanneer de bruidegom zou komen. In de joodse traditie, zo heb ik me laten vertellen, was het altijd afwachten hoe laat de bruidegom de bruid precies uit het ouderlijk huis zo halen. Er konden nog allerlei zaken af te handelen zijn voordat de bruidegom eindelijk eens op pad zou gaan. De meisjes die de bruid zouden vergezellen op deze tocht moesten dus al die tijd ook maar gewoon wachten.

Het was dus geen kwestie van niet weten. Het verschil zit hem er in dat de vijf verstandige meisjes er naar handelden, terwijl de vijf domme meisjes dat niet deden. En zo kregen ze elk de “beloning” die hen toekwam. Zo is het in onze tijd niet anders. Wij kunnen prima weten wat God van ons vraagt, daar hebben we Zijn Woord voor en de Traditie om dit concreter uit te werken. Maar we moeten het wel gaan doen. Niet over een paar dagen of maanden, niet over jaren, maar nu, altijd. Altijd moeten we proberen te leven zoals Hij van ons vraagt, in de kleine en in de grote dingen. En als dat niet lukt (wat vaker het geval is dan dat het wel lukt, althans, dat is mijn ervaring), niet uitstellen sorry te zeggen en vergeving te vragen.

We moeten dit zelf doen, ieder van ons. We kunnen niet aan een ander vragen voor ons te bidden en dan zelf niet eens de moeite nemen zelf neer te knielen. We kunnen niet fouten maken en dan verwachten dat een ander sorry gaat zeggen in onze plaats. We kunnen steun vinden bij elkaar en elkaar helpen om naar de Hemel te komen, maar er wordt ook actie van ons verwacht. De actie om God te beminnen boven alles en je naaste als jezelf.

Read Full Post »

Vele werkers zijn er in de wijngaard, sommigen vanaf het eerste uur, anderen van het derde, zesde, negende en sommigen zelfs pas vanaf het elfde uur. En allemaal kregen ze hetzelfde loon aan het einde van de dag. Zo hebben we afgelopen zondag gehoord in het evangelie (Matt. 20, 1-16a).

Naar menselijke gevoelens en gebruiken niet geheel terecht, zouden we zeggen. Want loon moet je krijgen naar de hoeveelheid arbeid die je verricht hebt, toch? God werkt echter anders. Alle werkers in Zijn Wijngaard krijgen aan het einde van de rit hetzelfde loon, namelijk eeuwig leven bij Hem in de hemel. Er is niet een beetje hemel of veel hemel, nee, er is gewoon de hemel. Punt. En eenieder die in Hem gelooft kan dat eeuwige leven bij Hem in de Hemel bereiken (Joh. 3, 16). Er wordt in de Bijbel geen voorwaarde gesteld aan hoe lang je in Zijn Wijngaard gewerkt hebt, alleen dát je het gedaan hebt, en als het goed is met geheel je hart, ziel en verstand (Marc. 12, 28b-30).

Moeten we dan maar gewoon lekker het grootste deel van ons leven ons niks aantrekken van Hem, en als ons einde nadert nog even snel ons tot God keren zodat we tóch dat loon ontvangen? Nah, niet verstandig. Niet alleen omdat niemand weet wanneer de dood komt en je dus ineens te laat kunt zijn, maar veel meer nog omdat werken in de Wijngaard van de Heer op dat moment al een beloning is.

Voor sommigen klinkt dit gek, want christen zijn is lang niet altijd makkelijk. Er wordt zelfs gevraagd ons kruis op ons te nemen (Luc. 9, 23) en indien nodig ook te lijden omwille van Christus. En toch is het zo, al zien we het soms niet. Als voorbeeld vind ik hier de parabel van de Verloren Zoon (Luc. 15, 11-32) erg mooi. De jongste zoon denkt dat hij ergens anders dan bij zijn vader het veel beter zal hebben, dat het bij zijn vader maar niks is. Hij eist zijn erfenis op en maakt die op aan allerlei zaken waar zijn vader het ongetwijfeld niet mee eens zal zijn geweest. Maar dan beseft hij dat het bij zijn vader toch wel erg goed is en komt weer terug. Hij heeft op een harde wijze mogen leren dat het bij zijn vader toch wel erg goed is. De oudste zoon echter had meer moeite die les te leren. Hij ging er niet vandoor, hij bleef zijn vader trouw. Maar hij besefte niet wat hij had. En wat hij had, dat was alles wat zijn vader ook had. Het was al die tijd van hem: het lekkere eten, het huis, het land, de liefde van zijn vader.

Zo is het ook met ons. Wij, de werkers van het eerste, derde, zesde en misschien wel negende uur, delen nu al in de onmetelijke rijkdom van God, al is het nog niet volledig. Maar we mogen nu al Zijn liefde ervaren en weten dat we eens bij Hem mogen zijn. We mogen nu al bij Hem komen als we moe zijn of onder lasten gebukt. We hoeven niet bang te zijn, want Hij is altijd bij ons. De werkers echter van het elfde uur hebben de hele dag al geen hoop op werk, en toch komt, gelukkig, uiteindelijk de verlossing nog. Ze kunnen zichzelf en hun gezin toch nog voeden, voorzien van wat nodig is. Maar die hele dag hebben ze getwijfeld, geen troost gehad, angst gekend. Zo is het ook met allen die God nog niet kennen. Ze mogen dan misschien wel een mooi en rustig leven lijken te hebben, maar de diepe vreugde en geluk van het bij God zijn, dat is er nog niet. Ze hebben (nog) geen hoop en uitzicht op eeuwig leven.

Hoewel het loon uiteindelijk dus het zelfde is, hebben de mensen van de eerdere uren, veel langer al plezier en uitzicht gehad van dit loon. Laten we daarom niet boos of jaloers zijn op degenen die later pas tot geloof komen. Laten we blij voor ze zijn, en laten we niet ophouden meer mensen dit geluk te gunnen en proberen naar toe te leiden.

One day ev’ry tongue will confess You are God
One day ev’ry knee will bow
Still the greatest treasure remains for those
Who gladly choose you now

Disclaimer: deze blog is tot stand gekomen uit eigen overpeinzingen en gefinetuned door enkele stukken uit de preek van onze pastoor afgelopen zondag, de voorbereidingsavond voor het doopsel van onze jongste en het boekje van de verloren zoon die mijn peuterdochter de laatste tijd regelmatig met veel plezier wilde lezen.

Read Full Post »

Leeglopende kerken, grijze hoofden in de kerk, gemopper dat er zo weinig jongeren meer naar de kerk komen, bij jaarlijkse peilingen steeds meer mensen die niet meer weten waar Pasen en Pinksteren voor staan (en nog net wel weten dat Kerstmis iets te maken had met de geboorte van kindje Jezus), het is zomaar een greep uit de geluiden die je zo her in der hoor. Lezend in het boek “Het vaderloze tijdperk” van A.E.M. van der Does de Willebois moest ik hier weer aan denken.

Daar wordt geschreven over de veranderingen in de samenleving, niet eens zozeer specifiek op katholiek gebied, maar op velerlei gebieden en dan met name over de ordening ervan (en de gevolgen van het vervallen van een goede en geheiligde ordening). Over veranderingen in het leven van de generaties van nu en voor ons. Hoe veel van wat eens een heilige en heilzame ordening was, verdwenen is, niet meer doorgegeven en daarom nu geen gemeengoed meer. Met alle chaos, lusteloosheid en verveling van dien.

Hoe duidelijk is die situatie eigenlijk ook in de Kerk. Waar het eens tot zelf op rigide af was en naar ik begrijp regelmatig meer uiterlijk en protocol dan werkelijk geloof, mag je nu blij zijn als er nog een spoortje van dat geloof aanwezig is. Een van de elementen die ik hierbij de afgelopen jaren heb ervaren, is dat (naast heel veel andere dingen die ongetwijfeld te noemen zijn), de generaties voor ons nogal hard het kind met het badwater hebben weggegooid. Waar ze zelf nog wel met enige regelmaat naar kerk willen gaan (maar dan alleen op zondags, en geen verplichtingen doordeweeks natuurlijk), komt de generatie van mijn ouders nauwelijks meer in de kerk. Ze hebben hun kinderen nog wel gedoopt, maar ik denk dat mijn situatie geen uitzondering is in deze tijd: ik ben de enige van de kinderen van mijn ouders die überhaupt nog iets met geloof doet, en als ik nadenk volgens mij ook de enige van álle kleinkinderen van grootouders zowel van vaders- als van moederskant, waarbij onze kinderen vooralsnog de enige van hun generatie zijn die gedoopt worden als kind.

Het rare is alleen, en dat is zowel mijn eigen ervaring als naar wat ik lees ook die van generatiegenoten, dat uitgerekend degenen die wél nog iets met het geloof van de ouders en generaties terug proberen te doen, daar commentaar op krijgen. Vaak ook in niet mis te verstane woorden en op allerlei gebieden (van het elke zondag naar de kerk gaan tot aan het klein houden van gezinnen en gebruik van anticonceptie). Dit terwijl anderen van mijn generatie die gewoon met verschillende mensen al seks hebben, samenwonen voor of zonder huwelijk in het vooruitzicht überhaupt, zich regelmatig negatief uitlaten over het geloof en soms zelfs bespotten, hier geen onvertogen woord over te horen krijgen. Begrijp me goed, ik snap en respecteer hun keuze en heb inmiddels geleerd me er beperkt over uit te laten, maar ga dan als generaties ervoor niet zeuren over en commentaar leveren op de jongeren die wel proberen het geloof dat ze door wilden geven te leven, terwijl er tegelijkertijd gezeurd wordt op de Kerk, op de fusies en men zelden zelf nog iets écht wil doen met het geloof.

Natuurlijk ken ik het geloof van de mensen rondom mij niet, ik kan niet in hun hart kijken. Dat kan alleen de goede God. Het enige wat ik kan is kijken naar hun daden en uitlatingen, en die laten eerder een weg zien die van de Kerk en God af gaat, dan ernaar toe. Ongetwijfeld zullen velen met goede bedoelingen en helaas ook velen door negatieve ervaringen het op hun manier aangepast en overgebracht hebben. Ook kan ik me niet voorstellen dat het niet ergens pijn moet doen om te zien hoe het geloof dat je zelf beleefde niet doorgeleefd wordt door je kinderen of kleinkinderen. Het geloof breng je echter niet over van generatie op generatie door steeds meer dingen te verzwakken, door er zelf weinig tot niks mee te doen. Wanneer niet meer verkondigd wordt dat Christus voor onze zonden gestorven is en alleen Hij de weg tot eeuwig leven is, wanneer verkondigd wordt dat je alleen maar lief en leuk voor elkaar hoeft te zijn, Jezus alleen maar lief en vergevingsgezind was (vergevingsgezind was hij, echter wel steeds met de boodschap: “gaat heen en zondigt niet meer”), wanneer alles wat de Kerk leert afgedaan wordt als achterhaald en door oude mannen besloten, nee, dan gaan mensen echt niet iets doen met het geloof waarvan je toch ook stiekem wel zegt dat het belangrijk voor je is. Want als het geloof niks méér is dan wat je ook gewoon in de huidige samenleving, op school of in de kroeg, in het theater of met een avondje uit kan vinden, waarom zou je dan in vredesnaam op zondagochtend vroeg opstaan om naar de kerk te gaan? Waarom zou je dan tijd besteden aan bidden, geld aan de kerk en afzien van sommige leuke dingen?

Geloven is meer dan zeggen dat God bestaat. Het is leven in vertrouwen mét en door Hem, zijn geboden onderhoudend. De goede God zal heus wel weten wat Hij moet met alle mensen en hun geloof (een van de eucharistische gebeden benoemd dit mooi: “… van wie Gij alleen het geloof hebt gekend”). Maar dat wil niet zeggen dat wij ons het er op aarde maar vast te makkelijk moeten maken in plaats van te streven naar een samenwording met God. En laten we in de tussentijd bidden (en vertrouwen), om even bij het evangelie van afgelopen zondag te blijven, dat de zaadjes die ooit geplant zijn, op een of andere manier vrucht mogen dragen, vroeger of later.

Read Full Post »

Een goed gebedsleven, essentieel voor een levend geloof. Gebed is praten en contact met God. Net als dat het voor contact en een relatie met de mensen om ons heen het belangrijk is regelmatig bij elkaar te zijn (fysiek of in gedachte) en te communiceren, zo is het niet anders dan voor onze relatie met God.

Maar euhm, ja. In het contact met andere mensen, is de feedback concreet, is het spreken en het verstaan zoveel makkelijker. De resultaten zijn zoveel makkelijker te zien. Hoewel God zeker direct kan zijn in wat Hij wil en ook vele momenten heeft dat je gewoon even bij Hem kan zijn, is het voor ons mensen soms een moeilijke relatie. Het moet gebeuren in de stilte van ons hart, in vertrouwen, in een verstaan waar we niet meer aan gewend zijn.

Ik had vaak de gedachte dat ik uit de Mis, uit het bidden, uit het lezen van de Bijbel of andere boeken toch wel echt er iets uit zou moeten halen, het liefste gisteren dan vandaag. Dat dat niet zo werkt ben ik inmiddels wel achter. Bidden en contact zoeken met God helpt, maar niet op de manier zoals wij mensen vaak willen. Ik probeer dit daarom steeds meer los te laten, mijn tijd en (versnipperde) aandacht aan God te geven, en er dan op te vertrouwen dat Hij wel weet wat Hij er mee moet doen. Dat het vrucht draagt op een of andere manier, voor mezelf of anderen.

Als voorbeeld kan ik wel noemen het bidden van de rozenkrans. Sinds we een nogal vurige lezing hebben gehoord over de boodschap van Fatima (zie ook mijn bericht over het gezinsweekend), bidden we dagelijks de rozenkrans. Het zijn mooie momenten, maar om nou te zeggen dat ik helemaal verzonken ben in gebed of half opstijg na het bidden, nee. Mijn gedachten dwalen af, ik kijk soms om me heen (met ogen dicht bidden kan ik tegenwoordig amper omdat ik dan in slaap val), maar toch probeer ik mijn tijd en aandacht aan Hem te geven. Ik haal er weinig concreets uit op het moment zelf, en toch gaan we er mee door, omdat alles wat aan God gegeven wordt op een of andere manier goede vruchten draagt.

Wat ik in ieder geval na een maand dagelijks de rozenkrans bidden merk, is veel meer een focus op het Hemelse, het Eeuwige, een frequente bewustwording en toch iets van rust in mijn hart en hoofd. De band met God wordt wel degelijk sterker door het bidden, maar ik moet stilstaan om het te zien en de ruimte te geven.

Ga dus niet het bidden en het contact zoeken uit de weg. Blijf het doen, hoe klein en kort ook. Sta stil bij Hem en geef Hem een stukje van je tijd, je aandacht, je leven. En vertrouw er maar op dat God er wel iets mee kan en doet.

Read Full Post »

Older Posts »