Feeds:
Berichten
Reacties

Hoewel absoluut niet mijn intentie, is het moeilijk te ontkennen dat ik soms een beetje opval in onze kathedraal. Zij het vanwege de mantilla’s die ik vaak draag (met name mijn witte en  -  de paar keer dat ik ‘m draag – roze), zij het vanwege bijvoorbeeld communie geknield op de tong ontvangen terwijl de communie niet bij de communiebanken uitgereikt wordt. Sommigen zullen het zien als hoogmoed, arrogantie. Dat doet me altijd pijn om te horen, hoewel ik gelukkig veelal positieve commentaren krijg van mensen. En laten we wel wezen, als mijn intentie inderdaad is om op te vallen, mag ik wel als de wiedeweerga de biechtstoel in.

Het gros van de mensen zal het echter geen zak uitmaken, en zullen het mogelijk niet eens opmerken. Dat vind ik eigenlijk nog wel de fijnste houding. De aandacht behoort namelijk niet op mij te zijn, maar op God. Je zou hierop kunnen antwoorden dat ik misschien gewoon helemaal niet moet doen wat ik nu doe, zodat ik helemaal niet op zou vallen. Maar hoewel het voor een deel slechts uiterlijkheden zijn, is het voor mij een uiting van een diepste bewogenheid. Daarom is het nog steeds regelmatig een gevecht met mezelf hoe ik deze twee dingen af moet wegen, aangezien ik zowel eer aan God wil geven, als geen aanstoot wil geven aan anderen.

Hetzelfde merk ik op Twitter. Wellicht dat sommigen zich afgevraagd hebben waarom mijn twitternaam AiramIngrid en niet IngridAiram is, zoals logischer zou zijn. Ooit had ik die account, maar door al het gebekvecht en persoonlijke aanvallen die ook mij persoonlijk raakten, heb ik die ooit verwijderd. En eenmaal verwijderd kan je dat account niet meer terugkrijgen. Ook nu zit ik weer in dubio: enerzijds is mijn twitteren en bloggen een uiting van mijn katholiek zijn, mijn wezen, mijn verlangen om mijn vreugde en geloof te delen met de wereld. Aan de andere kant nemen veel mensen aanstoot aan de berichten, ook omdat niet altijd alles positief is.

Op zulke momenten merk ik dat ik een beetje heimwee heb naar de keer dat ik in de Saint Josef in Brussel een Mis bij de SPPX meegemaakt heb. Hoewel ik het inhoudelijk niet geheel met ze eens ben, en ik waarschijnlijk op veel punten hard met ze zou botsen, voelde het voor eventjes een keer alsof ik niet een vreemd eend in de bijt was: hoofdbedekking, rokken, tongcommunie, biechten, willen bidden en daar blij over zijn. Voor even kon in anoniem zijn terwijl ik het diepste in mijn hart kon uiten op mijn manier zonder bang te zijn dat iemand anders er negatief over zou denken, of het zelfs maar op zou vallen.

Ik hoop maar dat God in mijn hart kan kijken, en me blijft leiden en behoeden voor de hoogmoed en irritatie die menselijkerwijs altijd op de loer liggen.

…of dat is de bedoeling over ongeveer een jaar. Denk je even lekker een rustige pauze te houden tijdens een stukje fietsen op een mooie zondagmiddag, zit ineens je lieverd op z’n knieën voor me met een ring. Of ik met hem wilde trouwen. Absoluut. Bleek ook dat hij een tijdje terug al mijn ouders om mijn hand gevraagd had. Over goed geheim houden gesproken. Ingrid is dus verloofd. Op naar het leven als getrouwde vrouw.

Hoewel ik geen student meer ben, en ook geen docent, zat ik vanavond toch in de zaal van het veritas-forum in Groningen (met toestemming van de organisatie). Bij een debat, of meer een gesprek volgens debatleider André Rouvoet, met als thema “het verhaal van de moraal”. Drie sprekers die spraken over de moraal, belicht vanuit drie hoeken: de biologische (prof.dr. Jan van Hooff), filosofische (dr. Frank Hindriks) en theologische (dr. Antoine Bodar).

Een zeer interessante avond, waar ik een aantal nieuwe dingen gehoord heb (bijvoorbeeld over altruïstisch gedrag in de natuur met betrekking tot evolutie), een aantal dingen die ik al wist maar verduidelijkt werden (er is een ideaal dat voor ogen gehouden moet worden, maar in onze gevallen samenleving moet je soms genoegen nemen met minder dan het ideaal en daar verstand en hart in mee laten wegen), en een aantal dingen waar ik toch zo m’n bedenkingen mee heb. Vooral dat laatste houdt me bezig, ook omdat het me enigszins beangstigt.

Er werd onder andere gesteld dat moraal goed gedrag bepaald wordt door wat er niet zozeer voor de individu op de korte, directe termijn voordeel oplevert, maar wat voor de gemeenschap op langere termijn het beste is. Niet alleen wordt hiermee de gemeenschap gesterkt met meer kans op overleven, maar is dit ook voor het individu gunstig. Immers, het geeft en het ontvangt. Of in een bekende uitdrukking: wie goed doet, goed ontmoet. Voor het individu zal er altijd een spanningsveld zijn tussen het directe (eigen)belang, en het lange-termijn belang.

Dit impliceert dat ergens in die gemeenschap een moraal is die als goed beschouwd wordt. Degenen die zich daar niet aan houden, vallen eigenlijk buiten de groep omdat ze als het ware niet het belang van de groep voor ogen hebben. Enerzijds vind ik dit heel begrijpelijk. Immers, om een gemeenschap goed te laten draaien, heb je regels nodig, richtlijnen. Anders krijg je chaos en daar zal uiteindelijk niemand beter van worden, ook niet degene die zich de sterkste acht.

Echter, het brengt mijns inziens ook vele problemen met zich mee, die tijdens het debat ook besproken werden: wat is het fundament waar die overeenstemmende moraal op wordt gebaseerd, en hoe bereik je daarover overeenstemming? Bouw je het op religieuze argumenten, is de mens je maatstaaf of neem je als maatstaaf dat wat in de natuur te vinden is? Is er één waarheid, of is de geldende moraal simpelweg een overeenstemming van verschillende meningen, een soort compromis?

In een pluriforme samenleving als de onze, waarbij veel dingen gedaan worden onder het mom van “als het maar goed voelt dan is het ook goed”, zal er moeilijk een algemeen geldende moraal van wat goed is vastgesteld kunnen worden zonder daarbij afbreuk te doen aan het individu, maar vooral ook zonder afbreuk te doen aan het ideaal. De waan de dag, doen wat goed voelt, leidt niet noodzakelijk tot het beste voor de samenleving en tot het beste voor het individu, ook al kan het nog zo mooi lijken. Een kleine stem die iets anders verkondigt dat misschien wél goed is, wordt niet gehoord of terzijde geschoven als idioot,te fanatiek, of gek.

Dat dat laatste niet zozeer een pessimistische gedachte maar eerder een realistische is, is iets wat ik als christen maar al te vaak meemaak, en steeds vaker. Als christen is het fundament van je handelen God, Zijn Woord en geboden. Geboden voor het welzijn van de mens, als richtlijn, een ideaal. Een ideaal dat vastgehouden moet worden, maar in onze gebroken samenleving soms met minder genoegen genomen moet worden (een zes is immers altijd nog beter dan een vier). De regels zijn er immers voor de mens, de mens niet voor regels (iets wat in katholieke kringen ook wel een gezonde sensus catholicus – katholiek gevoel – genoemd wordt).

Het christelijke moraal is daarom gebaseerd op een stevig fundament, iets wat niet zo snel wankelt en welke een lange geschiedenis heeft. Het zal hier en daar af en toe wat bijgeslepen worden, genuanceerd, en dat is ook goed. Maar de basis en het uitgangspunt blijft. De parabel die me hierbij opkomt is van de wijze man die zijn huis op de rots bouwde en de dwaze man die zijn huis op het zand bouwde. In onze tijd lijkt de algemene moraal, die vaak onderhevig is aan politieke correctheid, veelal gebouwd op het zand van de waan van de dag en van het relativisme. Er kan wel tot een goed moraal gekomen worden, maar het is instabieler en moeilijker. Echter, wanneer je God als uitgangspunt neemt bouw je het moraal op een stevige rots. Of zoals dr. Antoine Bodar zei: “moraal is eenvoudiger te doen als je God kent.”

Een aantal jaren geleden was ik bijna elk weekend aan het reizen door den lande: soms naar vrienden, soms naar activiteiten, maar ook om gewoon naar een Tridentijnse Mis te gaan. Dat betekende ook dat ik geen vaste plaats had om naar de Mis te gaan. Voorwaarde was een fatsoenlijke liturgie, waardoor ik ook hier in Groningen soms de Hoogmis verwisselde voor de Latijnse Mis twee uur eerder, simpelweg om niet in een gezinsmis terecht te komen. Thuis in de Wereldkerk, maar toch voortdurend op reis.

Toen ik echter moest kiezen tussen de weekenden doorbrengen met mijn vriend of bijna alle weekenden onderweg en hem zodoende amper zien omdat ik doordeweeks elders woonde, ben ik steeds meer de weekenden in Groningen door gaan brengen. Dit betekende ook bijna elke zondag in de Jozefkathedraal zitten. Probeerde ik in het begin nog de gezinsmissen te mijden, of verruilde ik de Hoogmis voor de studentenmis later op de dag omdat ik toen nog actief was in de studentenparochie, na een aantal maanden of misschien zelfs wat langer was ik eigenlijk wekelijks in de Hoogmis te vinden, gezinsmis of niet, irritaties over kleine dingen of niet. Hoeveel dat voor mij betekende werd me duidelijk toen ik gedurende een half jaar bijna de helft van de zondagen moest werken en daardoor niet om elf uur in de Mis kon zitten (hoewel ik weet dat de andere Missen in de parochie evengoed deel uitmaken van het parochieleven, dit is alleen dé Hoogmis voor mijn gevoel).

Deel uitmaken van een parochie, van een gemeenschapsleven. Ik had nooit echt beseft wat dat was, en hoe belangrijk het is. Contacten met medegelovigen, samen een gemeenschap opbouwen, elkaar steunen en plezier met elkaar maken, bijwonen van lezingen en catechesesessies, het is een even belangrijk onderdeel van het parochieleven als de liturgie. Dat laatste is ook belangrijk, en de zondagsmis is bron en hoogtepunt van ons christelijk (parochie)leven. Ik zal niet zeggen dat ik blij ben met alles wat er liturgisch gezien in onze parochie gebeurt, maar het is absoluut goed genoeg om me thuis te voelen in deze parochie. Ik zal nog wel verlangen naar meer traditie, meer een Mis zoals het oorspronkelijk bedoeld is, en dat betekent ook af en toe elders kerken. Maar mijn thuis is in deze fijne huiskamer van het grote huis van de Rooms-katholieke Wereldkerk.

Oost west, thuis best

Oost west, thuis best. Een welbekend spreekwoord, dat voor mij de laatste tijd veel speelt, ook met een kleine twist. Na bijna twee jaar in een studentenkamer vond ik het tijd worden voor een eigen plekje. Ok, eigenlijk wilde ik al eerder weg, maar m’n bankrekening werkte nog niet echt mee.

Sinds een paar weken is het dan eindelijk zo ver, en sinds afgelopen weekend woon ik nu in een lief en mooi appartementje: veel licht en ruimte (vooral dat licht is erg prettig), en hoewel ik niet in een slecht studentenhuis woonde, vind ik het toch heerlijk nu geen huisgenootjes meer te hebben. Het heeft nog enig meubilair nodig, maar alles wat ik in m’n kamer had, staat dankzij de hulp van familie, vriend en een goede vriendin.

Een eigen plekje, een nieuwe start. Mijn mooie crucifix hangt sinds vandaag boven de voordeur. Een eigen bidhoekje moet nog komen. Eerst maar zorgen voor voldoende opbergruimte en een lekker zittende bank. Gelukkig heb ik geen haast. Welkom thuis.

Bron: http://delparson.com/gallery_pages/he_is_risen.html

Christus resurrexit, Alleluia. Alleluia!

Zalig Pasen iedereen.

Sommigen zullen het weten, sommigen niet. In ieder geval is het het zeker waard ook hier op mijn eigen blog te noemen. Sinds een aantal jaren organiseer ik in de zomer samen met een aantal andere jongeren een catechese- en bidkamp voor jongvolwassenen (18 t/m 35 jaar) die graag meer willen weten en ervaren van het Katholieke geloof. Een week in een gezellige en ontspannen sfeer, samen bidden, leren en de Mis vierend, in de rijkdom van de traditie die onze Heilige Moeder de Kerk biedt.

Hoe mooi zou het zijn wanneer er meer jongvolwassenen hier naar toe zouden komen. Vandaar ook een promotiefilmpje. Voor zowel mensen in Nederland als in Vlaanderen, daar het georganiseerd wordt nabij Den Bosch.

Mocht u dit initiatief van harte ondersteunen, maar zelf niet aanwezig kunnen zijn, dan zouden wij uw bijdrage in de vorm van gebed en geld zeer op prijs stellen. Wij zijn namelijk nog steeds afhankelijk van giften. Onze hartelijke dank en gebed.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.