Feeds:
Berichten
Reacties

1. Sinds de grote kleine meid vast voedsel eet, hebben we een stuk meer fruit in huis. Het overgrote deel wordt door haar zelf opgegeten, maar mama krijgt zo ook wat meer vitamientjes binnen. En ik word gewoon vrolijk van het zien van zo’n schaal met fruit (ja, ook met verpakking vind ik het nog vrolijk).

DSCF6729

2. De grote kleine meid vindt niet alleen fruit lekker, ze vindt ook heel veel andere dingen lekker waar sommige mensen zich nog wel eens over verbazen. Dat kan dan resulteren in een volgende situatie nadat manlief boodschappen heeft gedaan:
Manlief: *kijkt schuldig* ‘ik heb wat lekkers voor de kleine meid gehaald.’
Ik: …..
Manlief: ‘ze vroeg er zelf om.’
Ik: …*nieuwsgierig*
Manlief: *haalt pot augurken tevoorschijn*
Of dat we haar moeten zeggen eerst haar koekje dat ze in haar hand heeft op te eten voordat ze een appel mag eten. Gelukkig vindt ze koekjes bakken met mama wel leuk om te doen. Komt mama ook nog aan haar lekkere trek.

3. Als inmiddels voormalig noorderling was ik heel erg gewend Sint Maarten te vieren. Je weet wel met lampionnen en liedjes langs de deuren en dan vooral heel veel snoep binnenhalen (en boos worden als er mandarijntjes gegeven worden). Nu wonen we in Braboland en daar doen ze er niet aan. Geen leuke Sint Maartenliedjes horen, en later als de meisjes groter zijn ook zelf met ze zingen. Geen lampionnen maken. Nee, hier vieren ze ellufelluf, waar ik dan als noorderling echt totaal niks mee heb. Als de meisjes groter zijn en Sint Maarten in het weekend valt, gaan we mooi maar eens naar opa en oma om het alsnog te vieren. En anders moeten we maar hopen dat Driekoningen voor ons ook qua gevoel een nieuw Sint Maarten wordt.

4. Na een nachtvoeding ben ik niet altijd de helderste. Zo pakte ik deze week ’s nachts het kussen van mijn man af. Om hem toen ik dat ontdekte op zijn hoofd terug te gooien. Gelukkig weet hij er zelf niks meer van af.

5. Ik heb weer eens een lekke band. En zoals het ons brave burgers betaamt hebben we deze zelf geprobeerd te plakken. Wat aanvankelijk goed leek. Tot de avond erna pompen helemaal geen effect meer had. Morgen dus maar naar de fietsenmaker brengen. De ironie wil dat we net vandaag de bestelde fietskar binnengekregen hebben. Die ik nu dus niet kan gebruiken.

DSCF6730

6. De interactie tussen onze grote kleine en onze kleine klein meid is vaak erg leuk om te zien. Als de kleine kleine meid aan het drinken is en de grote kleine meid dichtbij genoeg komt om te kunnen zien, houdt ze op met drinken. Wat deed de grote kleine meid vervolgens: duwde het hoofde van haar zusje tegen mama’s borst en zei: [naam] drinken. Lachbui van papa en mama gegarandeerd.

7. De afgelopen nachten heb ik als leesvoer het boek Orthodoxie van G.K. Chesterton (Uitgeverij de Blauwe Tijger). De eerste pagina’s zijn al veelbelovend, ik ben dus benieuwd wat de rest gaat brengen.

This Aint The Lyceum – how to spend the holidyas with people who disagree with you

 

Advertenties

“Je kunt ook gewoon wachten met je laten dopen tot vlak voor je doodgaat. Heb je een leven gehad met wat minder regels en veel plezier. Maar waarom is het dan tóch niet zo verstandig?” Dit was een beetje de strekking van een van de vragen tijdens de doopvoorbereidingsavond van onze jongste. Het antwoord van mijn man: “want de gek in de auto kan ook tegen jóu aan rijden.” (iets daarvoor hadden we het er over dat je niet zomaar alles kan doen en laten, met als voorbeeld rijden in de auto bij ik meende alcoholgebruik). En dat is wat Christus ons doorheen het Evangelie wil vertellen, wat ook profeten en apostelen ons voor willen houden: alleen God kent het tijdstip waarop er geoordeeld zal worden.

De parabel die hier gisteren (tweeëndertigste zondag door het jaar) over gelezen werd is aan het eind hier erg duidelijk over: “weest waakzaam, want gij kent dag noch uur.” De boodschap is duidelijk, het verhaal zelf vind ik een stuk lastiger. Het is het verhaal van de tien meisjes, waarvan er vijf verstandig zijn en vijf dom. De vijf verstandige meisjes komen echter niet erg sympathiek over, immers: hadden ze niet gewoon kunnen delen en medelijden kunnen hebben met de domme meisjes?

Toch is ook hier een belangrijke les uit te leren. Niet eens zozeer dat we voorbereid moeten zijn, maar ook dat we zélf de verantwoordelijkheid hebben om voorbereid te zijn. We kunnen niet alles maar aan een ander overlaten en zelf niks doen. Zowel de vijf verstandige als de vijf domme meisjes wisten dat ze lang zouden moeten kunnen wachten en dat niet duidelijk zou zijn wanneer de bruidegom zou komen. In de joodse traditie, zo heb ik me laten vertellen, was het altijd afwachten hoe laat de bruidegom de bruid precies uit het ouderlijk huis zo halen. Er konden nog allerlei zaken af te handelen zijn voordat de bruidegom eindelijk eens op pad zou gaan. De meisjes die de bruid zouden vergezellen op deze tocht moesten dus al die tijd ook maar gewoon wachten.

Het was dus geen kwestie van niet weten. Het verschil zit hem er in dat de vijf verstandige meisjes er naar handelden, terwijl de vijf domme meisjes dat niet deden. En zo kregen ze elk de “beloning” die hen toekwam. Zo is het in onze tijd niet anders. Wij kunnen prima weten wat God van ons vraagt, daar hebben we Zijn Woord voor en de Traditie om dit concreter uit te werken. Maar we moeten het wel gaan doen. Niet over een paar dagen of maanden, niet over jaren, maar nu, altijd. Altijd moeten we proberen te leven zoals Hij van ons vraagt, in de kleine en in de grote dingen. En als dat niet lukt (wat vaker het geval is dan dat het wel lukt, althans, dat is mijn ervaring), niet uitstellen sorry te zeggen en vergeving te vragen.

We moeten dit zelf doen, ieder van ons. We kunnen niet aan een ander vragen voor ons te bidden en dan zelf niet eens de moeite nemen zelf neer te knielen. We kunnen niet fouten maken en dan verwachten dat een ander sorry gaat zeggen in onze plaats. We kunnen steun vinden bij elkaar en elkaar helpen om naar de Hemel te komen, maar er wordt ook actie van ons verwacht. De actie om God te beminnen boven alles en je naaste als jezelf.

1. De eerste planning voor deze maand voor nieuwe, regelmatige, rubrieken op mijn blog is gelijk al niet gelukt. Ik ben al anderhalve week nogal verkouden met weinig rust bij weer aan het werk gaan en gebroken nachten. Inmiddels zijn beide meisjes ook ziek, dus dat helpt niet mee met de nachtrust.

2. Een van mijn symptomen is een pijnlijke keel met schorre stem, en geen telefoongesprek of Wees-gegroetje kunnen binnen zonder een hoestbui te krijgen. Niet alleen erg onpraktisch op het werk (waar communicatie toch wel het gros van het werk omvat) maar ook bij het bidden van de rozenkrans. Manlief heeft dus de afgelopen avonden de rozenkrans hardop gebeden terwijl ik er naast zat en ik gedachten probeerde mee te bidden. Tussen de hoestbuien door.

3. Het is weer weekend. Dat betekent middagdutjes. Hiephoi.

4. Manlief zag bijzonder uitziend fruit in de supermarkt liggen. Dit bleken cactusvijgen te zijn. Nog nooit gehad. Bijzonder, maar wel lekker. Ik was alleen niet bedacht op die kleine prikkers, die dus bij de eerste keer eten besloten dat mijn rechter duimmuis wel een fijn plekje was om te gaan zitten.

5. Afgelopen zaterdag heb ik met de grote klein meid appelflappen gebakken. Wat is het ontzettend leuk om dat samen te kunnen doen. Want het was echt samen: zij het bladerdeeg pakken en met een beetje aanwijzing de appeltjes met kaneel er op doen. En na het dichtdoen er water overheen doen. Zelf mocht ze pas de volgende dag proeven omdat ze na het bakken naar bed moest. Wij hebben het wel al die avond op kunnen eten (wat nog even spannend was, aangezien we de oven te lang aan hadden laten staan toen ik ineens weer naar boven moest omdat de kleine kleine meid huilde).

6. Hoewel onze nieuwe parochie wel wat Latijn heeft in een deel van de Missen, is het niet zoveel en van dien aard dat het helemaal aan mijn behoefte tegemoet komt, om het netjes uit te drukken. Hoe fijn was het om dan afgelopen zaterdag wel een gezongen Latijnse Prefatie te horen.

7. Al dagen en nachten zit het refrein van dit lied in mijn hoofd (al krijg ik de zinnen dan nooit goed):

This Ain’t The Lyceum – Waitin’ On The Holy Ghost

1. Je leest het goed, ik ben weer begonnen met werken. Mijn zwangerschapsverlof is ten einde. Sinds afgelopen woensdag ben ik weer vier dagen per week op de werkvloer te vinden. Van alle kanten weer wennen en vooralsnog erg vermoeiend. Maar ook weer erg fijn om aan met mijn leuke baan bezig te zijn.

2. Om de periode verlof af te sluiten zijn we afgelopen dinsdag met zijn viertjes uit wezen lunchen. Kleine kleine meid in de draagzak, grote kleine meid lekker stuiterig spelend en wij een heerlijke maaltijd. Nu had de grote kleine meid een bord met lekkere poffertjes voor zich, maar dat vond ze blijkbaar minder interessant dan het eten van papa en mama. En dan denk je iets lekkers voor haar uit te zoeken.

1661d6ab-0b57-484c-8aba-076551f92a49

3. Onze grote kleine meid heeft sinds kort een eigen fietsje: een knalroze Hello Kitty fiets, met zijwieltjes, en mandje en zitje achterop (voor een pop). En hoewel ze prima kan trappen en ook een beetje kan sturen gaat het oefenen met fietsen ongeveer zo: begint met trappen – trap – trap – ziet blaadjes “blaadjes in doen” – doet blaadjes in het mandje – wil op de fiets stappen “mamma doen” – mama zet grote kleine meid op de fiets – trap – trap – (ik) “nee, wel sturen” – botst tegen stoeprand aan – mama stuurt bij – trap – “paddestoel”- stapt af – gaat paddenstoelen kijken – pakt een stokje om de paddenstoelen mee te prikken – wandelt door de blaadjes heen – vergeet fiets.

b515433d-1354-4b4c-a001-0697fa3f9e74

4. Over paddenstoelen gesproken: de grote kleine meid vindt die nogal interessant. Op het pleintje vlak voor ons huis staan nu onder andere twee rode paddenstoelen met witgelige stippen. Prachtig om te zien hoe dit haar zo kan fascineren.

e877f6b6-88fe-415a-a5a1-b5a8f2481bbf

5. Hoewel de H. Mis op Allerheiligen rustig en devoot was, werd er hier helaas geen Litanie van Allerheiligen gezongen. Toen besloten manlief en ik om thuis wanneer de dametjes zouden slapen, het zelf maar te doen. En zo zaten we een nogal uitgebreide Litanie te bidden die in mijn oude missaaltje stond. Echt goed zingen kan ik niet, maar volgens mij ging dit aardig. Zelfs met voorzingen van stukken als: Ut domnum apostolicum et omnes ecclesiasticos ordines in sancta religiones conservare digneris.

6. Afgelopen weekend waren voor het eerst weer een weekendje thuis. Uiteraard werd de zondag weer erg druk met H. Mis, lunchen met andere gezinnen in het parochiecentrum en daarna nog langs bij een kraamfeestje. En net die avond zou ik Moussaka maken. Wat we heel erg niet slim toch door hebben laten gaan. Weg rustig weekendje thuis.

7. Sinds vandaag zijn we op mijn werk over op een nieuw elektronisch patiëntendossier. Alle voorbereidingsperikelen zal ik jullie besparen. Maar omdat de data van het ene systeem overgezet moest worden naar het andere, was er vanochtend beperkte patiëntenzorg mogelijk (alleen het hoognodige via noodsetjes). Dit resulteerde in een lege polikliniek, waarbij voor het eerst (naar ik begreep) van de verschillende disciplines en ondersteuning van deze afdeling iedereen bij elkaar zat in de koffiepauze. Onverwachts bijzonder (en gezellig) moment.

Leftover Candy…Not Just For Eating In Secret Anymore

‘Oordeelt niet over een ander, dat mag alleen God doen’. Een veelgehoorde opmerking in diverse discussies die over het geloof of ethische thema’s gaan. Het komt er dan vaak vooral op neer dat je niet een mening mag verkondigen die tegen de heersende publieke opinie in gaat en vooral iedereen zijn of haar eigen keus moet laten maken, ook als dat mogelijk niet zo’n verstandige keus is. Over eenieder die dat niet doet wordt gezegd dat hij of zij niet barmhartig is.

Inderdaad klopt het dat Jezus gezegd heeft: ‘Oordeelt niet, opdat Gij niet geoordeeld zult worden’ (Matt 7, 1). Echter is dat niet het enige dat Hij gezegd heeft. Doorheen het Evangelie zijn er voorbeelden van genezingen die Jezus doet. Echter bij elke genezing wordt er gezegd: ‘gaat heen en zondigt niet meer’. Hij is barmhartig, vergeeft en geneest, maar Hij verlangt wel van ons dat we ons handelen aanpassen en niet meer zondigen.

Nu is Hij natuurlijk God, maar wat moeten wij mensen doen wanneer iemand zondigt? Gelukkig zegt Hij daar ook iets over. In Matteus 18 vers 15-17 lezen we hoe hij ons oproept om onze broeder er op aan te spreken wanneer we zien dat hij zondigt, de zogenaamde broederlijke vermaning. Het is dus zelfs onze christelijke plícht om (op een gepaste wijze) bespreekbaar te maken wat zondig is en zo onze broeders en zusters tot inkeer te brengen.

Maar hoe weten we dan wanneer iets wel en niet zondig is? Dat vertelt God ons, in zijn Woord en door Zijn Kerk die ons dat Woord verder uitlegt en verdiept. Jezus zegt: ‘ik ben niet gekomen om de wet af te schaffen, maar om haar in vervulling te brengen (Matt 5, 17) en ‘heb God lief, en uw naaste gelijk uzelf’ (Matt 22, 37-39). De tien geboden zijn hiervoor een mooie basis.

Bijzonder genoeg is overigens dat het kleine stukje Bijbel “oordeelt niet” veel gepreekt wordt wanneer de Kerk Gods Leer verkondigt, maar heel handig achterwege gelaten wordt wanneer het mensen betreft die publiekelijk iets verkeerd gedaan hebben (bijv. overvallen en fraude) of wanneer het zeer persoonlijke zaken (bijv. iemand heeft tegen een ander geroddeld of heeft je ernstig benadeeld) betreft. Dan buitelt namelijk de een over de ander heen om te roepen wat voor een vreselijk persoon diegene wel niet is.

Laten we daarom niet zomaar zeggen ‘oordeelt niet’. Laten we op gepaste wijze benoemen wat niet goed is, maar laten we ook houden van degenen die deze fouten maken, geduld hebben en voor hen bidden. Altijd oordelen over daden en nooit over mensen. We zijn immers zelf ook allemaal hardnekkige zondaars in meer of mindere mate (de balk in onze eigen ogen moeten we dus ook niet vergeten). En hoe klein of groot de zonde ook is, Gods genade hebben we allemaal nodig.

1. Het kriebelt om te schrijven, maar ik mis een stok achter de deur en wat structuur. Daarom ga ik vanaf november proberen wat regelmaat in deze blog te krijgen, met o.a. diverse overwegingen, vrijdagsrecepten en een hopelijk wekelijkse Friday Quick Takes.

2. Mijn oma vierde afgelopen zaterdag haar 87e verjaardag. Zoals al jaren doet ze dat met de gehele familie (kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen en aanhang indien van toepassing). Dit jaar gingen we bowlen en daarna eten. Heerlijk buffet met lekkere wintergroenten als witlof en spruitjes. Om te smullen. Met een lekker karbonaadje erbij. Dingen die ik als flexitariër (manlief is vegetariër) slechts zelden eet. En nu dus heerlijk van kon genieten.

3. Over bowlen gesproken: dat kan ik dus echt niet. Gewoon niet. Ik werd dan ook, mogelijk dankzij een zeer handige worp van mijn oudste broertje die overnam toen ik onze jongste aan het voeden was, verdienstelijk een-na-laatste. Van de gehele familie.

4. In mijn nieuwe thuisparochie zijn erg veel gezinnen aanwezig. Veel jonge gezinnen ook, met kindjes in de leeftijdscategorie van de onze. Enkele dames besloten dat het leuk zou zijn voor de kindjes (en de mama’s) om ook wat voor hen te organiseren. En zo zaten we afgelopen woensdag voor het eerst in een zaaltje een baby-/peuterpraise te houden. Met liedjes van o.a. Elly en Rikkert, waarbij de kinderen diverse muziekinstrumentjes bespeelden. Afgesloten met een kaarsje bij Maria. Beetje improvisorisch, maar volgens mij erg geslaagd. Voor wie zich afvraagt hoe dit bij mij kan passen: ik vind deze liedjes erg mooi en denk dat ze heel geschikt zijn voor kinderen om op een laagdrempelige manier meer met het geloof in aanraking te komen. Zolang de liedjes maar wegblijven uit de H. Mis.

5. Sinds enkele weken gaat onze oudste twee ochtenden per week naar de peuterspeelzaal. Zo kan ze leuk met andere kindjes spelen en leer ze mogelijk ook dingen die wij haar net wat minder goed aan kunnen bieden. Hoewel ze het op zich leuk vindt, is het ook nog wel erg wennen: samen spelen, wisselen van taken (structuur) en ook langer zonder papa en mama zijn bij mensen die ook nog eens geen familie zijn. We hopen dat ze steeds meer gaat wennen, want nu heb ik best met haar te doen soms.

6. Haast, haast, verkeerde afslag, haast, brug open, nog meer haast. Uiteindelijk waren we slechts een paar minuten te laat voor de Mis in de Kluis in Warfhuizen afgelopen zondag. Een Mis in de Buitengewone Vorm in een prachtige mooie kleine kluiskerk. Geen koor, wel gezang. Rust en stilte. De jongste dochter in de draagdoek bij papa, de oudste probeerde ik zo goed als het ging stil te houden, wat ze voor haar doen best goed deed. Het blijft toch zoveel mooier en rustiger dan (in ieder geval het gros) van de Missen in de gewone vorm.

7. Eindelijk, eindelijk heb ik de stap gezet om een baby-album te maken voor de kleintjes. Gewoon zo’n ouderwets fotoalbum. De foto’s waren al afgedrukt, maar ik had nog geen albums. Gisteren twee albums gekocht, nu de dappere stap zetten om dingen te gaan plakken, zodat er een mooi maar totaal niet perfect fotoalbum ontstaat.

SQT This ain’t the lyceum Late October

Werkers in de Wijngaard

Vele werkers zijn er in de wijngaard, sommigen vanaf het eerste uur, anderen van het derde, zesde, negende en sommigen zelfs pas vanaf het elfde uur. En allemaal kregen ze hetzelfde loon aan het einde van de dag. Zo hebben we afgelopen zondag gehoord in het evangelie (Matt. 20, 1-16a).

Naar menselijke gevoelens en gebruiken niet geheel terecht, zouden we zeggen. Want loon moet je krijgen naar de hoeveelheid arbeid die je verricht hebt, toch? God werkt echter anders. Alle werkers in Zijn Wijngaard krijgen aan het einde van de rit hetzelfde loon, namelijk eeuwig leven bij Hem in de hemel. Er is niet een beetje hemel of veel hemel, nee, er is gewoon de hemel. Punt. En eenieder die in Hem gelooft kan dat eeuwige leven bij Hem in de Hemel bereiken (Joh. 3, 16). Er wordt in de Bijbel geen voorwaarde gesteld aan hoe lang je in Zijn Wijngaard gewerkt hebt, alleen dát je het gedaan hebt, en als het goed is met geheel je hart, ziel en verstand (Marc. 12, 28b-30).

Moeten we dan maar gewoon lekker het grootste deel van ons leven ons niks aantrekken van Hem, en als ons einde nadert nog even snel ons tot God keren zodat we tóch dat loon ontvangen? Nah, niet verstandig. Niet alleen omdat niemand weet wanneer de dood komt en je dus ineens te laat kunt zijn, maar veel meer nog omdat werken in de Wijngaard van de Heer op dat moment al een beloning is.

Voor sommigen klinkt dit gek, want christen zijn is lang niet altijd makkelijk. Er wordt zelfs gevraagd ons kruis op ons te nemen (Luc. 9, 23) en indien nodig ook te lijden omwille van Christus. En toch is het zo, al zien we het soms niet. Als voorbeeld vind ik hier de parabel van de Verloren Zoon (Luc. 15, 11-32) erg mooi. De jongste zoon denkt dat hij ergens anders dan bij zijn vader het veel beter zal hebben, dat het bij zijn vader maar niks is. Hij eist zijn erfenis op en maakt die op aan allerlei zaken waar zijn vader het ongetwijfeld niet mee eens zal zijn geweest. Maar dan beseft hij dat het bij zijn vader toch wel erg goed is en komt weer terug. Hij heeft op een harde wijze mogen leren dat het bij zijn vader toch wel erg goed is. De oudste zoon echter had meer moeite die les te leren. Hij ging er niet vandoor, hij bleef zijn vader trouw. Maar hij besefte niet wat hij had. En wat hij had, dat was alles wat zijn vader ook had. Het was al die tijd van hem: het lekkere eten, het huis, het land, de liefde van zijn vader.

Zo is het ook met ons. Wij, de werkers van het eerste, derde, zesde en misschien wel negende uur, delen nu al in de onmetelijke rijkdom van God, al is het nog niet volledig. Maar we mogen nu al Zijn liefde ervaren en weten dat we eens bij Hem mogen zijn. We mogen nu al bij Hem komen als we moe zijn of onder lasten gebukt. We hoeven niet bang te zijn, want Hij is altijd bij ons. De werkers echter van het elfde uur hebben de hele dag al geen hoop op werk, en toch komt, gelukkig, uiteindelijk de verlossing nog. Ze kunnen zichzelf en hun gezin toch nog voeden, voorzien van wat nodig is. Maar die hele dag hebben ze getwijfeld, geen troost gehad, angst gekend. Zo is het ook met allen die God nog niet kennen. Ze mogen dan misschien wel een mooi en rustig leven lijken te hebben, maar de diepe vreugde en geluk van het bij God zijn, dat is er nog niet. Ze hebben (nog) geen hoop en uitzicht op eeuwig leven.

Hoewel het loon uiteindelijk dus het zelfde is, hebben de mensen van de eerdere uren, veel langer al plezier en uitzicht gehad van dit loon. Laten we daarom niet boos of jaloers zijn op degenen die later pas tot geloof komen. Laten we blij voor ze zijn, en laten we niet ophouden meer mensen dit geluk te gunnen en proberen naar toe te leiden.

One day ev’ry tongue will confess You are God
One day ev’ry knee will bow
Still the greatest treasure remains for those
Who gladly choose you now

Disclaimer: deze blog is tot stand gekomen uit eigen overpeinzingen en gefinetuned door enkele stukken uit de preek van onze pastoor afgelopen zondag, de voorbereidingsavond voor het doopsel van onze jongste en het boekje van de verloren zoon die mijn peuterdochter de laatste tijd regelmatig met veel plezier wilde lezen.