Feeds:
Berichten
Reacties

Een kleintje-update

“Ik zie je gewoon groeien”, aldus mijn voormalig secretaresse in Beetsterzwaag vanochtend toen ik daar weer eens langs kwam voor mijn onderzoek (iets wat ik eens in de twee weken doe). Van achteren is vrijwel niks te zien, vanaf de zijkant des te meer. Nadeel is dat kleintje een beetje hoog ligt, waardoor mama wat last krijgt van haar maag. Tot haar grote frustratie, want ze is een gezellige roomse eter zullen we maar zeggen (het mag een wonder heten dat ik niet überhaupt al zwaarder was).

Gelukkig is het allemaal voor een goed doel en lijkt ons kleintje het vooralsnog uitstekend te doen. Speelkwartier lijkt regelmatig uitgebreid te worden van ‘s nachts naar overdag. ADHD-speelkwartiertje laatst om vier uur ‘s nachts was toch wel een hoogtepunt. Mijn man vindt het soms toch maar eng als hij al die bewegingen ziet en voelt: monster in buik van vrouw. Wie weet komt de benaming van mijn broertjes voor ons kleintje (velicoraptor) toch nog uit.

Ondertussen worden er hier in huis allerlei dingen verplaatst, geboord, weggegooid danwel weggegeven en aangekocht. Ons bidhoekje staat inmiddels in de slaapkamer. Dat is wel even wennen, maar maakt het bidden van de Completen ‘s avonds (in bed) een stuk prettiger, vooral met kaarsjes aan.

Nog tien weken tot de uitgerekende datum. Nog zes weken tot verlof. Het is aftellen. Heel onwerkelijk. Maar wat spannend gaat het worden.

Een paar keer per jaar is er bij ons in de parochie tijdens de Hoogmis op de zondagochtend een gastkoor aanwezig. Vaak een Nederlands koor, maar soms ook een buitenlands koor. Meestal houdt dit in dat voor de vaste gezangen bijzondere en vaak ingewikkelde composities gezongen worden, evenals tijdens Offerande en Communie. Gespecialiseerde koren, die vaak prachtig zingen.

Ik ben er alleen niet zo’n fan van. Niet van de composities op zichzelf. Wel dat ze tijdens een Mis op deze wijze gezongen worden. Het zorgt namelijk voor nogal wat onrust, althans bij mij. Om verschillende redenen. Ten eerste ben ik überhaupt geen voorstander van het zingen van bijzondere/ingewikkelde composities tijdens de Mis. De vaste gezangen zijn juist een moment tijdens de Mis dat het volk actief kan participeren. Dat help je op deze manier nogal om zeep. Veelal zijn het daarbij over het algemeen uitgebreide composities, met een lading aan herhalingen per gezang. Dit kan nogal wat van je concentratie vergen als je dit niet gewend bent.

Maar dit stoort me nog niet eens het meeste. Ons gewone koor zingt ook met enige regelmatig wat ingewikkeldere composities waar bovenstaande ook voor geldt. Wat mij opvalt is dat vaak het ritme van de Mis door zo’n gastkoor eruit gehaald wordt. Het gastkoor kent vaak alleen de paar vaste gezangen, maar tussenzangen, evangelie-acclamatie, antwoord bij voorbeden en het Onze Vader kunnen ze vaak niet gewoon zingen. Aangezien we als parochie gewend zijn dat het koor dit inzet, levert dit vaak een stilte gevolgd door een aarzelende start op. Of het gastkoor weet niet precies waar in de Mis ze het een of het ander moeten zingen, waardoor dit door de priester aangekondigd moet worden. Aankondigingen als deze tijdens de Mis zouden overbodig moeten zijn. Het wordt er net een show van: “het koor gaat nu dat en dat zingen”. Ja, en bedankt.

En als klap op de vuurpijl bedankt de priester het gastkoor tijdens de mededelingen, dus vóór de zegen en einde van de Mis, voor hun prachtige zang. Gevolg? Applaus. Nee mensen, geen applaus tijdens de Mis.

Het koor van vanochtend zong prachtig. Geen katgejankuithalen ditmaal, wat ik erg prettig vond. Voor wie geïnteresseerd is: het kwam uit een mis van P. Cornelius. Nog nooit van gehoord, weer wat wijzer geworden. Maar doe mij maar gewoon de vaste gezangen in Nederlands of Gregoriaans dat het volk ook mee kan zingen, door een koor dat ook de andere delen van de Mis kan zingen en de Mis gewoon doorloopt en iedereen zijn hoofd bij God kan houden. De bijzondere composities kan je prima tijdens concert of desnoods op CD beluisteren, zoals ik bij de Misa Criolla doe.

Met gisteren Witte Donderdag is het Paastriduum weer van start gegaan. Elke dag een ander aspect om bii stik te staan, elk moment heeft zijn eigen karakter,  zowel inhoudelijk als qua vorm. Eerder dacht ik dat ik voorkeuren had voor de ene of andere viering.Inmiddels besef ik dat het, mijn inziens, sinaasappels met chocola vergelijken is: beide  zijn lekker,  beide  gezond (in ieder geval, als je bij laatstgenoemde pure chocolade neemt), maar van wezenlijk ander aspect en derhalve niet te vergelijken.

Het begint feestelijk. Bij de Mis op Witte Donderdag herdenken we het Laatste Avondmaal, en daarmee instelling van zowel Echaristie als Priesterschap. Maar reeds bij het Gloria komt er ook een droefheid bij: alle bellen en klokken worden gedurende het gehele Gloria geluid,  om daarna te zwijgen tot het Gloria van de Paaswake op zaterdagavond. Een emotioneel kippenvelmoment. Zelden hou ik het droog. De Mis heeft vervolgens een open eind: geen zegen en wegzending, maar wegdragen van Het Allerheiligste Sacrament (Christus zelf) naar het rustaltaar. Gevolgd door het kaal maken van het hoofdaltaar. Het is duister.  Verlaten. Droefheid komt in de plaats van vreugde.

Die droefheid zet zich op Goede Vrijdag voort. Geen bellen maar ratels. Geen orgels.  Een sobere herdenking. Het Kruis en Christus’ dood staan centraal. We horen de droefheid,  we lezen het Lijdensverhaal en bidden voor Kerk en wereld. Dan een moment waar ik zelf echt naar toe heb moeten groeien in de loop van de jaren: kruisverering. Het Kruis waaraan Christus heeft gehangen wordt aanbeden (met een streel, een kus,  soms met bloemen). Onze Redding.  Zonder Goede Vrijdag geen Pasen.
Naast deze liturgische viering is er vaak ook nog de mogelijkheid om de Kruisweg te bidden. Om de lijdensweg die Christus afgelegd heeft op een bijzondere manier te overdenken.

En dan wordt het stil.  De hele zaterdag is stil.  Als we in de avond de kerk in komen voor de Paaswake is het stil en donker. En toch voel je de hoop er al doorheen. Het licht wordt  binnengedragen,  symbool voor het Ware Licht: Christus. We horen over onze geschiedenis (de bevrijding uit Egypte) en de opgang naar de Opstanding. De lichten gaan weer aan. Christus is verrezen. Vreugde vervangt de droefenis.

Vervolgens gaan op de Paasochte d alle registers open, althans bij ons in de kathedraal.  Volop vreugde, het mooiste gezang,  alleluia’s te over. Een mooier hoogtepunt kan er niet zijn.

Zo heeft van Witte Donderdag tot Paasochtend alles zijn eigen aspect. Het een kan niet los zijn van het ander. Vergelijken is vrijwel onmogelijk. Ik kijk er dan ook elk jaar weer naar uit alle aspecten mee te maken, mee te beleven.  De schoonheid en diepgang raken telkens weer.

Een zwangerschap is iets bijzonders. In dit geval doel ik niet op het wonder van het nieuwe leven dat in de buik groeit. Nee, sociaal gezien is het ook een zeer bijzonder iets. Deze maanden mag ik dat in levende lijve meemaken, en hoe verder ik kom (en dus hoe zichtbaarder de zwangerschap), hoe meer het me opvalt.

Ineens heb je altijd iets om over te spreken. Ineens vragen mensen, ook degenen die je normaal vrijwel niet spreekt, hoe het met jegaat, hoe het met de kleine gaat. Ze delen hun verhalen en geven adviezen mee. Ineens krijg je spullen aangeboden, van een maxi-cosi tot positiekleding. Oma’s met wie je weinig contact had bellen ineens om de paar werken. Wanneer je zelf op kraambezoek gaat, krijg je zelf een cadeautje voor de kleine. Je buik is een object geworden waar mensen niet alleen gefascineerd naar kijken, maar soms ook gewoon aan gaan zitten.

Mensen zijn betrokken, behulpzaam, geïnteresseerd. Je ziet kanten van mensen die je eerder niet kende. Het is mooi en bijzonder om te zien hoe zo’n klein groeiend mensje zoveel teweeg brengt.

De katholieke kerk kent verschillende Maria antifonen: Alma Redemptoris Mater, Ave Regina Caelorum, Regina Caeli, Sub Tuum Praesidium en het zeer bekende Salve Regina. Vijf prachtige antifonen, die naar ik meende zowel simpelere als complexere uitvoeringen te zingen zijn.

Nu hoort elk van deze antifonen eigenlijk ook thuis in een bepaalde periode van het kerkelijk jaar. Meestal merk je hier niet zoveel van, temeer omdat ze niet meer standaard gezongen worden aan het einde van de H. Mis. De Completen (afsluitend gebed van de dag) echter sluiten ook af met een van de Maria antifonen. Nu vind ik het zelf wel mooi om dan ook te proberen zo veel mogelijk de juiste antifoon te zingen.

Nu is het probleem dat ik van deze vijf antifonen, er twee weet te zingen, te weten het Salve Regina en Regina Caeli. Het Alma Redemptoris Mater heb ik inmiddels enkele keren gehoord, maar ken ik nog niet goed. Op dit moment, is het de tijd voor het Ave Regina Caelorum. Ik doe daarom een poging om de simpele melodie daarvan te leren zingen (zeg maar: de tekst en melodie weten en ook iets met de noten doen, niet specifiek mooi/zuiver zingen, dat is vrees ik niet geheel voor mij weggelegd). Gelukkig heb je in deze tijd Youtube met filmpjes als onderstaande:

Een zwanger vasten

De afgelopen jaren was de vastentijd een periode in het kerkelijk jaar waar ik langere tijd naar uit zag. Een vreemd verlangen in de ogen van waarschijnlijk velen. Waarom zou je immers uitkijken naar een periode waarin je zoveel niet mag. Voor mij waren deze veertig dagen voorbereiding op het Paasfeest echter een geschenk: je heel bewust op God focussen op drie manieren, namelijk minder eten, meer gebed en meer aalmoezen. Op deze manier was het een losmaken van veel aardse dingen die mij stiekem erg dwars zaten, en een toeleven naar het mooiste feest van het kerkelijk jaar.

De drie aspecten van het vasten zijn echter wel een zeer verbonden drietal. Voor mij was het ene aspect verbonden met het andere. Door minder te eten voelde ik de fysieke pijn. Het zorgde er echter ook voor dat ik me gedurende de gehele dag bewust was van de periode waar we in zaten. Hierdoor lukte het makkelijker om me ook in gebed meer tot God te richten. Meestal betekende dat meer de vaste gebedstijden bidden en ook meer stille tijd voor God. Ook het geven aan goede doelen, of het nou de vastenactie was of toch iets extra’s aan de daklozen die je in de stad ziet, ging bewuster en meer vanuit een verbondenheid. Doordat je met het ene aspect bezig bent, wordt de aandacht ook meer op de andere aspecten gericht. Althans, zo lijkt het bij mij te werken.

Dit jaar is echter anders dan andere jaren. Fysiek vasten tijdens de zwangerschap wordt afgeraden, en zwangere vrouwen zijn dan ook vrijgesteld van de plicht om te vasten. Dit haalt voor mij helaas een van de drie aspecten enorm onderuit. Ja, ok, ik mag dan niet minder gaan eten dan nodig voor ons kindje en mijzelf, maar dan kan ik toch nog wel iets aan vasten doen? Dat doe ik ook, in beperkte mate: geen chocola en geen suiker in de thee, en zo min mogelijk lekkers tussendoor. Extra dingen die we toch niet per se nodig hebben. Ja, het is een kleine opoffering, een kleine versterving, maar het komt weinig in de buurt van mijn normale vasten (beperking tot drie maaltijden per dag, geen suiker in de thee en daarnaast alleen water tussendoor).

Nu kun je denken: nou, dan ga je toch wat meer steken in die andere twee aspecten? Dat was inderdaad het idee. Het valt me alleen enorm tegen om dit ook ten uitvoer te brengen. Tijd maken om te bidden, ruimte in mezelf voor God, het valt me zwaarder dan ik had gedacht zonder de duidelijke leiding van het fysieke vasten. De harmonie is weg, en het is alsof ik meer dan twee keer zoveel moeite in het bidden moet steken als normaal tijdens het vasten. Het aloude: “op een volle maag kan je niet bidden”, lijkt maar al te waar te zijn.

We hebben nog vier weken vastentijd te gaan. Nog vier weken om ons voor te bereiden op Pasen. Ik wens iedereen toe dat deze tijd vruchtbaar mag zijn, zuiverend. Dat de opgang naar het Pasen zowel een pijnlijke als een vreugdevolle mag zijn, ieder op zijn eigen manier, om zo het Paasfeest ten volle te kunnen beleven.

Lege kerkbanken, krimpende inkomsten, parochiefusies en sluitende kerken. In de meeste bisdommen behoort dit tot de orde van de dag. Een proces dat al jaren en jaren gaande is, en wat voorlopig nog niet lijkt te stoppen. In verhouding met tientallen jaren geleden komen er steeds minder mensen naar de kerk. Niet alleen betekent dit minder opbrengsten, ook al het werk dat bij het reilen en zeilen van een parochie komt kijken moet door steeds minder mensen gedaan worden.

Parochie- en bisdombesturen hebben in deze situatie tot ondankbare taak te zorgen dat de kerk levend en toekomstbestendig blijft danwel weer wordt. Met vele parochies die er financieel zeer slecht voor staan en de voorspelde verdere afname van kerkbezoek bij nu veelal grijze hoofden in de kerk, is het niet verwonderlijk dat er pijnlijke, maar noodzakelijke, keuzes gemaakt moeten worden. Bij veel gelovigen roept dit weerstand op: “hun” kerken worden met sluiting bedreigd, of blijven nog wel open, maar de mensen moeten verder reizen om naar de Mis te gaan zodat er nog sprake kan zijn van een parochiegemeenschap (met vijf mensen in de kerk zitten op zondags is wellicht heel devoot, maar mist toch ook het gemeenschapsaspect). Regelmatig hoor je dan ook geklaag op de besturen: die zouden maar beslissen over de hoofden van de mensen, geen gevoel hebben, sektarisch zijn, en zo kunnen er nog wel meer voorbeelden gevonden worden van wat men er zoal van vindt. In plaats van te klagen, kunnen we echter ook stil gaan staan bij onze “schuld” in deze en wat wij, als gewone gelovigen, wél kunnen doen voor de kerk, hoe we positief bij kunnen dragen.

Financiële bijdrage
Net als bij veel dingen buiten de kerk om, kost de kerk ook geld. Geld voor het onderhoud van de kerkgebouwen, geld voor benodigdheden tijdens de Mis, geld voor bloemstukken, geld voor de koffie en thee na afloop van de Mis, maar ook geld om de energierekening van te betalen, een kostenpost die nogal eens over het hoofd wordt gezien maar die aanzienlijk is. Een parochie zelf heeft vaak maar een beperkt eigen vermogen, en is elk jaar weer afhankelijk van de giften van de gelovigen. Als die geen geld geven, komt er ook niks binnen, en zal een parochie binnen afzienbare tijd een faillissement tegemoet zien.

Als wij de kerk ook maar enigszins belangrijk vinden, dan zorgen we ervoor dat we haar ook financieel ondersteunen, ieder naar eigen kunnen. En dat mag best wat zijn. Een euro per week zal voor de meeste mensen niet bepaald een grote bijdrage zijn, het mag dus best wat meer, je mag het best voelen in je portemonnee. Aan eten, kleren en cadeautjes worden jaarlijkse honderden, zo niet duizenden euro’s uitgegeven, en voor de kerk kan er vervolgens slechts wat kleingeld af. Als je de kerk weinig waard vindt, sure, maar ga dan ook niet klagen wanneer de parochie niet kan voortbestaan.
De jaarlijkse actie Kerkbalans is inmiddels ook weer van start gegaan. Een goed moment om weer eens stil te staan bij hoe belangrijk de kerk eigenlijk voor ons is, wat de kerk ons waard is. En bedenk goed: misschien dat je het niet eens bent met alles wat er in de parochie gebeurt, misschien mag je de priester persoonlijk wat minder, of vind je zijn preken wat te hard of juist te soft..priesters en vrijwilligers zijn er altijd voor beperkte tijd. Een parochie moet generaties op generaties door blijven gaan.

Doorgeven van geloof
Een ander aspect is er eentje die in dit kader regelmatig vergeten wordt. Hoe vaak hoor je wel niet: er zitten zo weinig jongeren in de kerk, zo weinig gezinnen, hoe krijgen we dat toch weer goed. Een hele simpele eerste stap hierin, is het doorgeven van het geloof. Tientallen jaren geleden hebben generaties voor de mijne, waarschijnlijk vanuit oprecht goede bedoelingen, veel geloofszaken overboord gegooid, en hun kinderen weinig tot niets meegegeven over het geloof. En hetgeen dan vaak meegegeven werd, was slechts een slap aftreksel van wat het Katholieke geloof werkelijk is. Is het dan verwonderlijk dat de huidige generatie 20-30-40-ers zo weinig nog naar de kerk komt? Waarom zouden ze, ze weten immers niet wat het geloof uberhaupt inhoudt, laat staan dat het een rol speelt in hun leven. Onbekend maakt onbemind.

Aan de huidige gelovigen dus oh zo belangrijke taak om zich te verdiepen in wat hun geloof daadwerkelijk inhoudt, om het weer de belangrijke plaats in het leven te geven die dit levensbelangrijke aspect toebehoort. Om het vervolgens door te geven aan hun omgeving, met name aan de generaties na hun. Hoewel Onze Lieve Heer wel zo Zijn manieren heeft om mensen een duwtje in de goede richting te geven, is dit een wezenlijk onderdeel van het vitaal en toekomstbestendig houden van het katholieke geloof in ons land.

En nu…actie!
In reactie op alle uitdagingen en moeilijke beslissingen kunnen we dus twee sporen bewandelen: enerzijds klagen over alles en de kerk verder proberen zogenaamd “bij de tijd” te brengen, of we kunnen onze schouders er onder zetten: met de financiële middelen die we hebben naar draaglast bijdragen aan de huidige en toekomstige kerk en met tijd, energie, vertrouwen en hoop het geloof weer nieuw leven inblazen, door de schoonheid van de Kerk te ontdekken en door te geven. Het lijkt me duidelijk welke optie de toekomst heeft.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.