Feeds:
Berichten
Reacties

Lief klein wondertje

Daar ben je, lieve kleine meid
Je werd aan ons gegeven
Als dochter en als kleine zus
Wees welkom in ons leven

Op zondag 13 augustus is onze tweede dochter geboren na een goed verlopen bevalling. We zijn blij en dankbaar met de geboorte van dit tweede wondertje. Nu met zijn viertjes wennen aan een nieuwe gezinssamenstelling. Vooralsnog is de grote zus enorm lief en trots.

Advertenties

“In Nederland doodt de dokter je”. Dat is de kop waar ik het níet over wil hebben, omdat deze geen recht doet aan de inhoud van het betreffende artikel. Over het betreffende artikel zelf en de commotie daaromheen wél. Ook mis ik een heel stuk achtergrondduiding en reflectie op de in mijn ogen eigenlijke problematiek, namelijk de maakbaarheid van het leven en de veronderstelde autonomie van de mens.

Hoewel de bewering dat in Nederlands dokters doden wel degelijk waar is (al schijnen er collegae te zijn die vinden dat wanneer ze iemand euthanaseren ze niet doden, wat me toch een beetje tegenstrijdig lijkt), is de inhoud van het artikel aanzienlijk genuanceerder en spreekt het van de actuele situatie in ons land en zorgen daaromtrent. En dus ook van het hellende vlak waar we op zitten.

Dit hellende vlak is er namelijk wel degelijk. Waar euthanasie eerst ging om hulp bij het einde maken aan iemands leven in uitzonderlijke medische situaties, is de indicatiestelling in de loop van de jaren steeds verder uitgebreid. Inmiddels wil men (vooral vanuit de politiek) zelfs mogelijkheden scheppen voor mensen die niet zozeer uitzichtloos medisch ondraaglijke lijden, maar voor eenieder die levensmoe is. In zoverre staat er in het artikel niks nieuws of onwaars.

De lading verontwaardigde reacties zijn echter niet mis. Samenvattend komt het ongeveer neer op: “hoe haalt deze bekrompen, religieuze politicus het in zijn hoofd om deze zo vooruitstrevende praktijken te bekritiseren en zelfs nog wel in het buitenland.” Aan het Nederlandse heilige huisje van het doden van mensen als ze ziek, moe of simpelweg ongewenst zijn, mag niet aangekomen worden, nee, het mag zelfs niet ter discussie gesteld worden.

Ik mis hierin veel échte reflectie op de situatie en op de uiting van de bezorgdheid van deze in mijn ogen zeer respectabele politicus. Ook van veel mijn collegae in de medische wereld, die zich thans in de discussie/verontwaardiging niet van hun mooiste en professioneelste kant laten zien (dit sluit dan helaas weer aan bij mijn ervaring tijdens mijn geneeskundestudie. Bij de niet-verplichte colleges ethiek was slechts een handvol van de 400 studenten uit het jaar aanwezig. Bij de ethiekcolleges die wel verplicht waren zou 99% zonder ook maar één kritische vraag direct een euthanasieverzoek inwilligen).

Laat ik vooropstellen dat niemand, wat je standpunt ook is, andere mensen lijden toewenst en dat eenieder vóór het helpen van onze lijdende medemens is. Op welke wijze dat mag (toelaatbaar is) en wat daarbij de overwegingen zijn, dat is wél een punt van discussie.

Een heel groot probleem waar ik hierin nog weinig over gelezen heb, is de maakbaarheid van de mens, van het leven. De keuze om je leven te laten beëindigen is namelijk ten zeerste hiermee verbonden. Net als met het begrip autonomie. Autonomie zowel in de zin van eigen keuzes maken als in de zin van zelfstandig zijn, los van anderen functioneren.

Het eerste aspect, de maakbaarheid van het leven, is inmiddels in meer of mindere mate een standaard onderdeel van ons denken. We willen van het begin tot het einde van het leven de regie hebben en het sturen zoals wij willen. Vanaf conceptie, tot opsporing en behandeling van (ook nog niet-zichtbare) aandoeningen en tot het uitblazen van de laatste adem toe. Het moet allemaal kunnen, en het liefste allemaal perfect, makkelijk, snel en zonder moeilijke aspecten. Soms lijkt het alsof we daar ook in geslaagd zijn. Niets is echter minder waar. Onzekerheden, ongeneeslijke aandoeningen, bijwerkingen van behandelingen maar ook aardbevingen en auto-ongelukken zijn slechts enkele voorbeelden van hoe het leven er toch steeds weer doorheen komt. Telkens blijkt ondanks onze beste intenties en inspanningen, de natuur zijn eigen gang te gaan. Het menselijk leven is niet volledig voorspelbaar, is niet helemaal te controleren. En ik denk dat we dat ook niet moeten willen.

In plaats van de natuur alsmaar krachtiger te onderdrukken, zouden we juist ook wat vaker ruimte moeten maken voor dit leven en accepteren dat sommige dingen zijn zoals ze zijn. Ook het sterven is zoiets. We kunnen het lijden hieromtrent verlichten, we kunnen mensen nabij zijn, maar ook dit proces lijkt soms (vaak) zijn eigen leven te leiden. Dit blijkt bijvoorbeeld uit een ingezonden brief van Piet Hein Eek in het NRC, over de situatie bij de dood van zijn moeder. Als we deze natuurlijke gang van zaken uit het oog verliezen, lijdt dat tot veel pijn, verdriet en onbegrip. In plaats van maar gewoon (zonder reflectie) doorgaan met ontwikkeling van de geneeskunde en wetgeving, zou het goed zijn eens wat meer stil te staan bij wáárom we dit eigenlijk doen, wat de gevolgen zijn voor zowel de samenleving als voor het individu en wat we hiermee voor signaal en mogelijk (valse) hoop aan mensen geven. Niet alles wat kan, moet ook.

Ook over het andere aspect, de autonomie, valt veel te zeggen. Het belangrijkste is om te beseffen dat we, ondanks dat we dat wel denken, we helemaal niet zo autonoom zijn in onze keuzes en in ons leven. Ik hoef maar even de wekelijkse uitgaven van het Medisch Contact te bekijken, een willekeurig dagblad open te slaan of in mijn eigen praktijk te kijken en het ene na het andere voorbeeld hiervan komt me tegemoet. Een mens is een wezen dat leeft in relatie tot anderen en met anderen. Er is altijd een wederzijdse beïnvloeding. Nooit zijn we volledig los in onze gedachten, keuzes én handelen. Denk hierbij zowel aan de bagage van het tot nu toe doorlopen leven, als aan bijvoorbeeld de familieomstandigheden, de financiële situatie of zelfs groepsdruk. Altijd zijn we in meer of mindere mate afhankelijk van en beïnvloed door anderen. Het is daarom maar de vraag of veel van de wensen rondom het levenseinde wel zo autonoom gedaan zijn als men wil doen lijken.

Als laatste punt wil ik nog opmerken dat ook in de medische wereld, anders dan het beeld dat nu geschetst wordt, er lang geen consensus bestaat over dit onderwerp. Er zijn veel artsen die geen euthanasie uit willen voeren, vaak vanuit hun levensovertuiging, maar niet altijd. Veel van degenen die het wel uitvoeren, lijken het toch geenszins makkelijk en vaak zelfs erg moeilijk te vinden. Over voltooid leven heeft de commissie-Schnabel zelfs een advies uitgebracht dat het niet wenselijk is hier een nieuwe wet voor in het leven te roepen en velen vinden het zelfs geen medische vraag. Dit is ook in lijn met het standpunt van het KNMG, dat op zich positief staat tegenover euthanasie.

In plaats van moord en brand te schreeuwen over een artikel dat de Nederlandse situatie beschrijft, kunnen we ons beter afvragen wat ons handelen beweegt, of we wel écht goed doen met alles wat we doen, en met name of we de autonomie en maakbaarheid van de mensen niet op het voetstuk zetten waar het eigenlijk niet hoort.

Leeglopende kerken, grijze hoofden in de kerk, gemopper dat er zo weinig jongeren meer naar de kerk komen, bij jaarlijkse peilingen steeds meer mensen die niet meer weten waar Pasen en Pinksteren voor staan (en nog net wel weten dat Kerstmis iets te maken had met de geboorte van kindje Jezus), het is zomaar een greep uit de geluiden die je zo her in der hoor. Lezend in het boek “Het vaderloze tijdperk” van A.E.M. van der Does de Willebois moest ik hier weer aan denken.

Daar wordt geschreven over de veranderingen in de samenleving, niet eens zozeer specifiek op katholiek gebied, maar op velerlei gebieden en dan met name over de ordening ervan (en de gevolgen van het vervallen van een goede en geheiligde ordening). Over veranderingen in het leven van de generaties van nu en voor ons. Hoe veel van wat eens een heilige en heilzame ordening was, verdwenen is, niet meer doorgegeven en daarom nu geen gemeengoed meer. Met alle chaos, lusteloosheid en verveling van dien.

Hoe duidelijk is die situatie eigenlijk ook in de Kerk. Waar het eens tot zelf op rigide af was en naar ik begrijp regelmatig meer uiterlijk en protocol dan werkelijk geloof, mag je nu blij zijn als er nog een spoortje van dat geloof aanwezig is. Een van de elementen die ik hierbij de afgelopen jaren heb ervaren, is dat (naast heel veel andere dingen die ongetwijfeld te noemen zijn), de generaties voor ons nogal hard het kind met het badwater hebben weggegooid. Waar ze zelf nog wel met enige regelmaat naar kerk willen gaan (maar dan alleen op zondags, en geen verplichtingen doordeweeks natuurlijk), komt de generatie van mijn ouders nauwelijks meer in de kerk. Ze hebben hun kinderen nog wel gedoopt, maar ik denk dat mijn situatie geen uitzondering is in deze tijd: ik ben de enige van de kinderen van mijn ouders die überhaupt nog iets met geloof doet, en als ik nadenk volgens mij ook de enige van álle kleinkinderen van grootouders zowel van vaders- als van moederskant, waarbij onze kinderen vooralsnog de enige van hun generatie zijn die gedoopt worden als kind.

Het rare is alleen, en dat is zowel mijn eigen ervaring als naar wat ik lees ook die van generatiegenoten, dat uitgerekend degenen die wél nog iets met het geloof van de ouders en generaties terug proberen te doen, daar commentaar op krijgen. Vaak ook in niet mis te verstane woorden en op allerlei gebieden (van het elke zondag naar de kerk gaan tot aan het klein houden van gezinnen en gebruik van anticonceptie). Dit terwijl anderen van mijn generatie die gewoon met verschillende mensen al seks hebben, samenwonen voor of zonder huwelijk in het vooruitzicht überhaupt, zich regelmatig negatief uitlaten over het geloof en soms zelfs bespotten, hier geen onvertogen woord over te horen krijgen. Begrijp me goed, ik snap en respecteer hun keuze en heb inmiddels geleerd me er beperkt over uit te laten, maar ga dan als generaties ervoor niet zeuren over en commentaar leveren op de jongeren die wel proberen het geloof dat ze door wilden geven te leven, terwijl er tegelijkertijd gezeurd wordt op de Kerk, op de fusies en men zelden zelf nog iets écht wil doen met het geloof.

Natuurlijk ken ik het geloof van de mensen rondom mij niet, ik kan niet in hun hart kijken. Dat kan alleen de goede God. Het enige wat ik kan is kijken naar hun daden en uitlatingen, en die laten eerder een weg zien die van de Kerk en God af gaat, dan ernaar toe. Ongetwijfeld zullen velen met goede bedoelingen en helaas ook velen door negatieve ervaringen het op hun manier aangepast en overgebracht hebben. Ook kan ik me niet voorstellen dat het niet ergens pijn moet doen om te zien hoe het geloof dat je zelf beleefde niet doorgeleefd wordt door je kinderen of kleinkinderen. Het geloof breng je echter niet over van generatie op generatie door steeds meer dingen te verzwakken, door er zelf weinig tot niks mee te doen. Wanneer niet meer verkondigd wordt dat Christus voor onze zonden gestorven is en alleen Hij de weg tot eeuwig leven is, wanneer verkondigd wordt dat je alleen maar lief en leuk voor elkaar hoeft te zijn, Jezus alleen maar lief en vergevingsgezind was (vergevingsgezind was hij, echter wel steeds met de boodschap: “gaat heen en zondigt niet meer”), wanneer alles wat de Kerk leert afgedaan wordt als achterhaald en door oude mannen besloten, nee, dan gaan mensen echt niet iets doen met het geloof waarvan je toch ook stiekem wel zegt dat het belangrijk voor je is. Want als het geloof niks méér is dan wat je ook gewoon in de huidige samenleving, op school of in de kroeg, in het theater of met een avondje uit kan vinden, waarom zou je dan in vredesnaam op zondagochtend vroeg opstaan om naar de kerk te gaan? Waarom zou je dan tijd besteden aan bidden, geld aan de kerk en afzien van sommige leuke dingen?

Geloven is meer dan zeggen dat God bestaat. Het is leven in vertrouwen mét en door Hem, zijn geboden onderhoudend. De goede God zal heus wel weten wat Hij moet met alle mensen en hun geloof (een van de eucharistische gebeden benoemd dit mooi: “… van wie Gij alleen het geloof hebt gekend”). Maar dat wil niet zeggen dat wij ons het er op aarde maar vast te makkelijk moeten maken in plaats van te streven naar een samenwording met God. En laten we in de tussentijd bidden (en vertrouwen), om even bij het evangelie van afgelopen zondag te blijven, dat de zaadjes die ooit geplant zijn, op een of andere manier vrucht mogen dragen, vroeger of later.

Net als in de vorige zwangerschap, heb ik in de loop van de tijd weer meer zin om lekker wat gaan lezen. Nu is er deze keer iets minder tijd en ruimte om dit rustig te doen in verband met een rondstuiterende peuter, maar toch lukt het regelmatig een (klein) stukje te lezen.

Het is bij mij alleen erg wisselend of ik me volledig focus op één boek, of dat ik de boeken gedurende het lezen wat afwissel, al naar gelang mijn interesse op dat moment. Dat resulteert er in dat ik zo drie boeken open kan hebben liggen, waarvan er dan eentje is die net wat meer mijn interesse heeft.

DSCF6470Op dit moment zijn de twee openliggende boeken: “Het vaderloze tijdperk” en “De vliegeraar”. Twee totaal verschillende boeken. Het eerste pakt me, ondanks de best moeilijke (lees: nogal academische) taal, het meest. “De Vliegeraar” wil niet echt vlotten, pakt me nét niet, maar wil ik toch wel uitlezen nu ik eenmaal begonnen ben (waarbij ik al wel de grote lijnen van het plot inmiddels weet door mijn nogal slechte gewoonte af en toe wat vooruit te bladeren).

DSCF6471Hier staan er nog wat boeken op stapel. Drie boeken, waarvan er twee echt zijn om gewoon in een keer door te lezen, maar de dikste van het geheel toch meer is om af en toe stukjes uit te lezen. Dat betreft het “boek de tempel van het gezin”, waar ik erg nieuwsgierig naar ben sinds ik het bij de peetouders van onze dochter even doorgebladerd heb. Het fantasyboek is de vierde en laatste in de reeks. Net als enkelen in mijn familie en net als mijn man lees ik graag DSCF6473fantasyboeken, de ene serie en schrijver uiteraard meer dan de ander. Echt lang achter elkaar doorlezen is er voor mij echter niet bij. Een serie als het “Het rad des tijds” (waarvan deel 4 inmiddels ook al zeker 1,5 jaar gedeeltelijk gelezen in de kast ligt) zal daarom heel wat jaartjes nodig hebben voordat ik die eindelijk uit heb (wellicht tegen de tijd dat de jongste van de reeks kinderen die we hopen te krijgen naar de basisschool is?).

 

Lezen, een plezier als je er van houdt.

Een goed gebedsleven, essentieel voor een levend geloof. Gebed is praten en contact met God. Net als dat het voor contact en een relatie met de mensen om ons heen het belangrijk is regelmatig bij elkaar te zijn (fysiek of in gedachte) en te communiceren, zo is het niet anders dan voor onze relatie met God.

Maar euhm, ja. In het contact met andere mensen, is de feedback concreet, is het spreken en het verstaan zoveel makkelijker. De resultaten zijn zoveel makkelijker te zien. Hoewel God zeker direct kan zijn in wat Hij wil en ook vele momenten heeft dat je gewoon even bij Hem kan zijn, is het voor ons mensen soms een moeilijke relatie. Het moet gebeuren in de stilte van ons hart, in vertrouwen, in een verstaan waar we niet meer aan gewend zijn.

Ik had vaak de gedachte dat ik uit de Mis, uit het bidden, uit het lezen van de Bijbel of andere boeken toch wel echt er iets uit zou moeten halen, het liefste gisteren dan vandaag. Dat dat niet zo werkt ben ik inmiddels wel achter. Bidden en contact zoeken met God helpt, maar niet op de manier zoals wij mensen vaak willen. Ik probeer dit daarom steeds meer los te laten, mijn tijd en (versnipperde) aandacht aan God te geven, en er dan op te vertrouwen dat Hij wel weet wat Hij er mee moet doen. Dat het vrucht draagt op een of andere manier, voor mezelf of anderen.

Als voorbeeld kan ik wel noemen het bidden van de rozenkrans. Sinds we een nogal vurige lezing hebben gehoord over de boodschap van Fatima (zie ook mijn bericht over het gezinsweekend), bidden we dagelijks de rozenkrans. Het zijn mooie momenten, maar om nou te zeggen dat ik helemaal verzonken ben in gebed of half opstijg na het bidden, nee. Mijn gedachten dwalen af, ik kijk soms om me heen (met ogen dicht bidden kan ik tegenwoordig amper omdat ik dan in slaap val), maar toch probeer ik mijn tijd en aandacht aan Hem te geven. Ik haal er weinig concreets uit op het moment zelf, en toch gaan we er mee door, omdat alles wat aan God gegeven wordt op een of andere manier goede vruchten draagt.

Wat ik in ieder geval na een maand dagelijks de rozenkrans bidden merk, is veel meer een focus op het Hemelse, het Eeuwige, een frequente bewustwording en toch iets van rust in mijn hart en hoofd. De band met God wordt wel degelijk sterker door het bidden, maar ik moet stilstaan om het te zien en de ruimte te geven.

Ga dus niet het bidden en het contact zoeken uit de weg. Blijf het doen, hoe klein en kort ook. Sta stil bij Hem en geef Hem een stukje van je tijd, je aandacht, je leven. En vertrouw er maar op dat God er wel iets mee kan en doet.

“De Vijand stelt mensen hier [seksuele verzoeking] voor een eis in de vorm van een dilemma: ofwel totale onthouding, ofwel absolute monogamie. Al sinds de grote overwinning van onze Vader maken wij dat eerste heel moeilijk voor ze. Het tweede hebben wij in de afgelopen eeuwen als ontsnappingsweg steeds verder afgesneden. Dit deden we door de mensen via schrijvers van romans en gedichten wijs te maken dat er maar één respectabele basis voor het huwelijk is, namelijk een merkwaardige, dikwijls kortstondige ervaring die ze ‘verliefdheid’ noemen; dat het huwelijk van deze opwinding iets blijvends kan en moet maken; en dat een huwelijk waarin dat niet lukt geen bindende kracht meer heeft. Dit idee is onze parodie op het idee dat van de Vijand afkomstig is.”
Schroeflik aan zijn neefje Galsem, uit het boek ‘Brieven uit de hel’ van C.S. Lewis.
Note: de Vijand is hierbij God, onze Vader de duivel.

Het huwelijk. Vanaf het “ja, ik wil”, zijn man en vrouw een eenheid, horen ze bij elkaar. Zijn ze niet langer alleen, maar verbonden voor het leven hier op aarde. Niet langer levend voor zichzelf, maar voor elkaar. Om samen verder te komen, niet alleen in deze wereld, maar ook om elkaar te helpen om het mooiste doel te bereiken: samen zijn bij Onze Hemelse Vader in de Hemel. Om samen één te worden, en open te staan voor nieuw leven dat uit dit samenkomen voort kan komen.

Het huwelijk. Geen contractje, geen gewoon volgende stap in een relatie die ook weer gewoon op kan houden, geen “we gaan samenwonen maar wel alles nog willen kunnen blijven doen zoals het voorheen ook ging”. Geen “ja, zolang ik nog vlinders in mijn buik van je krijg”, geen “ja, zolang ik precies krijg wat ik wil”, geen “ja, totdat ik iemand tegen kom die leuker/mooier/liever/rijker” is. Als dit je intentie is, dan kan je, zoals tegenwoordig mogelijk en al gangbaar is, net zo goed gewoon gaan samenwonen en eventueel een samenlevingscontract tekenen.

Een huwelijk is hard werken. Een huwelijk is opoffering, tot echt, werkelijk, welzijn van de ander. Een huwelijk is liefhebben, ook al bezorgt de ander je allang geen kriebels meer en erger je je aan zijn ongeschoren baard of ochtendgeur. Liefhebben is meer dan verliefdheid, en verliefdheid lang niet altijd een goede basis voor een huwelijk (het is wel mooi “smeermiddel” voor het begin, zoals mijn man mooi pleegt te zeggen). Wanneer je alleen “ja” tegen elkaar zegt op basis van gevoelens, is dat een fragiele bodem. Gevoelens zijn mooi, of beter gezegd, kunnen mooi zijn, en zijn ook zeker nodig en nuttig. Maar een mens is meer dan alleen dat. Ook je verstand komt kijken bij het aangaan van een huwelijk: wil ik deze man of vrouw liefhebben, ook als het moeilijk is? Wil ik “ja” zeggen, ook al heb ik geen idee wat het leven ons gaat brengen? Denk ik dat we samen de toekomst tegemoet kunnen gaan, ook als de gevoelens weg zijn of veranderen?

Want niemand weet wat het leven gaat brengen, alleen dat het niet allemaal mooi en leuk zal zijn. Ieder leven, ieder huwelijk dus ook, kent hobbels, grotere of kleinere. Als je daar geen rekening mee houdt, geen rekening mee wilt houden, dan is een “ja” in deze ook weinig waard. Uitzonderingen zijn er altijd, maar uitzonderingen zijn er om de regel te bevestigen, en niet om deze te veranderen.

Aan een goed huwelijk moet je (allebei) dagelijks werken. Door naar jezelf te durven kijken, sorry en dankjewel te zeggen, en soms dingen te doen (of te laten) voor de ander waar je niet zelf om staat te springen. Door samen te praten over je huwelijk, door samen te praten mét God over je huwelijk (bidden dus) en door te bidden voor je man of vrouw. Door dag in, dag uit te groeien in eenheid, zolang als je beiden leeft. Dát is een huwelijk dat tot zegen en heil kan leiden voor het echtpaar zelf en voor zijn omgeving.

Focuspuntje

Een gebedshoekje in onze slaapkamer, net als in ons oude huis. Bedoeld als plekje om echt even te focussen op God, om te bidden. Het plekje wordt echter eigenlijk nog niet gebruikt, deels ook omdat onze slaapkamer naast die van dochterlief ligt. Na wat wikken en wegen besloten om óók een plekje in de woonkamer te creëren. Maar hoe dan precies, want daar stuitert een klein meisje dagelijks langs, en straks nog een.

DSCF6452Het was eventjes zoeken. Maar we hebben een gebedsplekje juist voor straks ook de kinderen gemaakt. Een kastje op hun hoogte, simpel maar doeltreffend. Een houten beeldje en een houten icoontje, met een kaarsje in plastic houder. Paar kinderboekjes eronder. En sinds een paar dagen ook een van onze crucifixen erboven, die qua kleur opvallend goed bij het kastje past.

En het meest mooie? We maken er daadwerkelijk gebruik van. Over het algemeen elke ochtend en in de avond voor ze gaat slapen, hebben we als gezin even kort een gebedsmomentje. En in de avond keren papa en mama de stoelen om richting het hoekje om de rozenkrans te bidden.

Het is zoiets kleins, maar het heeft nu al een grote uitwerking. Ik kan het iedereen dan ook van harte aanraden, met én zonder kinderen.